Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Een meisje van 12 jaar oud
Keetje Levit
Op 27 oktober wordt er om 8 uur ’s ochtends aangebeld op hun onderduikadres in Stolwijk onder Gouda, waar ze via de illegaliteit zijn ondergebracht. De Goudse politieman Arie Oudenaarden staat met zijn collega Van der Vlies aan de...
Lees meer
Keetje Levit
Op 27 oktober wordt er om 8 uur ’s ochtends aangebeld op hun onderduikadres in Stolwijk onder Gouda, waar ze via de illegaliteit zijn ondergebracht. De Goudse politieman Arie Oudenaarden staat met zijn collega Van der Vlies aan de deur van de boerderij van veeboer Smink om de familie Levit te arresteren. Ze geven hen geen tijd om koffers te pakken. De boer moet diezelfde dag naar het politiebureau in Gouda komen om wat kleding voor hen te brengen. Boer Smink wordt ook gearresteerd en geslagen door agent Oudenaarden omdat hij Joodse onderduikers heeft verborgen. Via kamp Amersfoort wordt hij naar kamp Vught gestuurd. Daar overlijdt hij op 20 januari 1943, aldus de getuigenis van zijn vrouw Smink-Van Dam.
Via het weeshuis op transport
Keetje gaat nog diezelfde dag met haar moeder Jetje Levit-van Zanten en haar oma Paulina Levit-van der Stam naar het centrale politiebureau Haagseveer in Rotterdam. In het dossier staat een verkeerd gespelde naam: ‘Kathe’, een naam die bekender is voor Duitsers. Keetje gaat tijdelijk naar het Israëlitisch Weeshuis aan de Mathenesserlaan. Het is namelijk gebruikelijk om ouders en kinderen te scheiden tot het moment dat verder transport geregeld is. De familie moet alle bezittingen afstaan. Vanuit een speciaal fonds, gevuld met geld van gearresteerde Joden, worden later de reiskosten betaald ( fl.7,50 per persoon). Op 4 november worden moeder en oma naar de kelder van het politiebureau gebracht. Op diezelfde datum worden ze samen met Keetje door de transportdienst van de vreemdelingenpolitie via Amsterdam naar Westerbork gebracht.
Joods Kindermonument
In Westerbork zijn zij de eerstvolgende dinsdag op de trein gezet. Op 13 november 1942 komen Keetje, moeder Jetje en oma Pauline in Auschwitz aan en zijn ze direct omgebracht. Vader Michiel heeft hen een aantal maanden overleefd, vermoedelijk omdat hij nog een poos gewerkt heeft. Keetje Levit staat op het Joods Kindermonument, een monument met 686 namen van Joodse slachtoffers tot en met 12 jaar aan het Stieltjesplein.
Sluiten
Geplaatst door Stichting WO2 Sporen JvZ op 19 november 2018