Gijsbertus Lammers

1903-1945

1327939583.jpg

Oorlogsslachtoffer

Is 41 jaar geworden

Geboren op 20-05-1903 in Aalten 

Overleden op 17-01-1945 in Butzbach, Landkr. Friedberg 



Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Verklaring van zijn echtgenote Geertruida Traas

Verklaring Geertruida Traas uit het CABR-dossier van Poos.‘Mijn man was zeer onder de indruk dat Nederland bezet was door de Duitsers. Hij kon het niet verwerken dat wij als onderdanen van Nederland nu totaal geen zeggenschap meer hadden. Zijn... Lees meer

Verklaring Geertruida Traas uit het CABR-dossier van Poos.
‘Mijn man was zeer onder de indruk dat Nederland bezet was door de Duitsers. Hij kon het niet verwerken dat wij als onderdanen van Nederland nu totaal geen zeggenschap meer hadden. Zijn afschuw voor de Duitsers kende geen grenzen. Kemff stond in verbinding met Molt van de Soestdijksekade te ’s-Gravenhage. Molt was een van de oprichters van de O.D. in Den Haag. Hij was in het bezit van een geheime zender. Mijn man heeft mij wel eens verteld dat de berichten door Molt naar Engeland uitgezonden goed overkwamen. Tevens zorgde Molt dat Kempff in het bezit kwam van een klein munitie-depot. Dit depot was ondergebracht op de tuin van de stichting “Bloemendaal” en in onze woning, toentertijd aan de Monsterseweg Nummer 43. In onze woning waren ondermeer verborgen, pistolen en munitie. Ook waren in onze woning armbanden verborgen. Dit waren zogenaamde Orde-Dienst armbanden. Deze armbanden waren van oranje-kleur en hadden het Nederlandse wapen tot opschrift. Op de banden stonden de woorden “Je Maintiendrai”. We hadden enige honderden van deze banden in huis. Zwolsman, Rokus van Dalen, Cornelis van Otterlo, Piet Schippers, Van der Boon en Vijfwinkel waren allen lid van de organisatie O.D. Zij behoorden tot de groep Kempff. De vergaderingen van de verzetsgroep werden ten huize van Kempff gehouden.
Op 7 Maart 1941 in de avonduren kreeg mijn man in onze woning bezoek van Kempff. Kempff was zeer ontdaan. Hij deelde mijn man mede, dat Molt die dag was gearresteerd, door de S.D. Hoewel we dus wel de nodige voorzichtigheid in acht moesten nemen (ik deed in alle dingen zoveel mogelijk mee) ging mijn man gewoon met zijn illegale arbeid verder. Hij vertikte het om hier mee te stoppen. Onder andere gaf hij nauwlettend acht op de aanwezigheid van de munitie opslagplaatsen der Duitsers, welke in de omgeving van onze woning lagen. Ik neem aan dat ook de overige leden van de O.D. te Loosduinen kennis droegen van het feit dat Molt gearresteerd was.
Op 21 Maart 1941 te ongeveer 19.00 uur kwam Kempff in gezelschap van twee mannen, die bleken Slagter en Poos te zijn, aan onze woning. Zij begonnen een gesprek met mijn man. Ik was daarbij niet tegenwoordig, daar ik druk met mijn kinderen bezig was. Poos stak zijn hoofd om de deur van de kamer, waarin ik bezig was. Hij zei tegen mij: “Je man gaat even mee hoor.” Ik wist toen nog niet dat hij met zijn collega Slagter handlangers van de S.D. waren. Eventevoren had Kempff gebruik gemaakt van de W.C. en daar het in zijn bezit zijnde pistool en munitie verborgen. Poos die hem nauwkeurig observeerde, vond het pistool en de munitie. Even later ging Poos en Slagter en mijn man met Kempff de tuin in. Ik meen de Orangerie. Ook daar waren wapens opgeslagen. Even later keerde Poos met mijn man in de woning terug. Kempff was onder de hoede van Slagter bij de auto gebleven, welke zij bij zich hadden. De wapens die toen in de Orangerie waren gevonden werden gelijk in de auto gebracht. Toen mijn man met Poos weer terug kwam fluisterde mijn man tot mij: “S.D.” Ik begreep toen genoeg. Ik voor mij kreeg toen zekerheid dat Kempff al veel te veel verteld had. Immers de zekerheid waarmede Poos en Slagter optraden en tevoorschijnbrenging van de verborgen wapens eisten, deed het vermoeden rechtvaardigen, dat zij deze wetenschap van Kempff hadden. Om kort te gaan mijn man werd medegenomen door Poos en Slagter. Ik wist dat zowel Kempff als mijn man ter beschikking van de bezetter zouden gesteld worden. De andere dag waarschuwde ik Van der Brink. Ik drong er bij hem op aan, dat hij zou vluchten, althans onder zou duiken. Van der Brink zag het gevaar niet, wilde het niet zien. Tevergeefs pleitte ik. De avond van die dag werd ook Van der Brink door Slagter en Poos opgehaald. Huiszoeking werd er bij mij niet verricht.
Ik verbrandde alles in huis wat verband hield met de illegale werkzaamheden van mijn man. De armbanden en lijsten met namen van leden van de O.D., foto’s van de familie van het Koninklijk Huis, spotliedjes op de Duitse weermacht en het Nationaal Socialisme zijn door mij verbrand. De foto’s en de spotliedjes werden door de leden van de O.D. verkocht. Van het op deze wijze verworven geld, werden wapenen aangeschaft. Na ongeveer acht weken kon ik mijn man in de gevangenis te Scheveningen een bezoek brengen. Ik zal U niet vermoeien met de belevenissen te verklaren en de hindernissen, die ik had te overwinnen om mijn man te bezoeken. Ik werd door de Duitser die de zaak van mijn man in onderzoek had steeds aan het lijntje gehouden. Zijn naam was Wichmann. Toen ik nog eens bij hem (Wichmann) op bezoek was, werd ik door hem op een nogal harhandige wijze uit zijn kamer verwijder. Ik was niet bang oor een brallende Duitsers en ik gaf het niet op pogingen in het werk te stellen mijn man te zien. Bij het bezoek dat ik aan mijn man bracht, kon ik niets te weten komen. We hebben alleen af kunnen spreken dat hij, zowel als ik, zouden zwijgen. Meermalen zag ik Slagter en Poos in de gevangenis. Zij gedroegen zich daar als waren zij de directeuren van de gevangenis.
In September 1941 gingen alle gearresteerde O.D. leden naar het concentratiekamp Amersfoort. De terechtzittingen tegen de O.D. vonden in Amersfoort plaats. In totaal stonden er ongeveer negentig mensen terecht. Twee en zeventig ervan werden tot de dood veroordeeld. Aan zeven personen werd levenslange tuchthuisstraf toegedeeld, en ongeveer tien werden zonder meer doorgezonden naar een concentratiekamp. Mijn man kreeg levenslange tuchthuisstraf, Hij heeft nimmer bekend. Hij heeft nimmer bekend dat hij lid van de O.D. was. Het wapenbezit kon hij niet ontkennen. Achtereenvolgens verbleef mijn man in Utrecht, Scheveningen, Utrecht, Kleef, Rheinbach, Lutwigburg en Butzbach. Aldaar is hij op 17 januari 1945 overleden.
In augustus 1946 kreeg ik hiervan officieel mededeling van het Nederlandse Rode Kruis.’

Sluiten
Bron: CABR-dossier Poos

Geplaatst door Merle Lammers op 03 mei 2026

Gijsbertus met zijn twee zoons

Dit is mijn overgrootvader, Gijsbertus Lammers, met zijn twee zoons (mijn opa en zijn broertje).

Bron: Eigen collectie

Geplaatst door Merle Lammers op 02 mei 2020

Ebb335307b0de3a2b56dc2edc3267166 v1

Overlijdensadvertentie

Gijsbertus Lammers
Bron: Nieuwe Haagsche Courant 03-07-1945

Geplaatst door Wulfert Hop op 27 juli 2019

278e61be684cef9bdfb618114a300796 v1

Brief van G. Lammers-Traas aan familie Riemersma

Voor me ligt een brief van 6 juni 1941 van mevrouw G. Lammers-Traas. Haar man zit in één cel met mijn vader, Piet Riemersma (1920 - 2016), toen nog scholier. In deze door zijn eenvoud schitterende brief troost zij als het ware mijn grootouders, de... Lees meer
Voor me ligt een brief van 6 juni 1941 van mevrouw G. Lammers-Traas. Haar man zit in één cel met mijn vader, Piet Riemersma (1920 - 2016), toen nog scholier. In deze door zijn eenvoud schitterende brief troost zij als het ware mijn grootouders, de ouders van Piet. Mijn vader heeft meerdere malen zijn intense waardering laten blijken voor zijn celmaat. Overigens is mijn vader, opgepakt vanwege de verspreiding van Vrij Nederland, in juli 1941 vrijgekomen. Maar de herinnering aan Traas is hij blijven koesteren. Sluiten
Bron: Brief in mijn bezit

Geplaatst door Peter Riemersma op 14 september 2016

Gehuwd : Geertruida Fraas Adres : Monsterscheweg 43 Loosduinen Vader : Harmen Jan Lammers Moeder : Antoinetta Carolina Hol Ik ben vorige week 9 jaar geworden. Ik woon in een vrij groot huis op het terrein van de toenmalige Stichting Bloemendaal,... Lees meer
Gehuwd : Geertruida Fraas

Adres : Monsterscheweg 43 Loosduinen

Vader : Harmen Jan Lammers

Moeder : Antoinetta Carolina Hol

Ik ben vorige week 9 jaar geworden. Ik woon in een vrij groot huis op het terrein van de toenmalige Stichting Bloemendaal, thans Parnassia aan de Monsterseweg. Ik ben zojuist door mijn moeder in bad gestopt; en zit met, nog natte haren, aan de keukentafel de krant te lezen.

Om zeven uur wordt er aan de voordeur gebeld. Er staan drie heren voor de deur. Het zijn de heren Poos en Slagter; en hun arrestant, de heer Kempff. Poos en Slagter: twee, en dat weten we dan nog niet, beruchte V-Männer. Deze lieden werkten voor de bezetter, de Sicherheitsdienst (SD). Zij arresteerden Nederlanders van wie men dacht, dat zij mogelijk lid waren van een verzetsgroep, of iets van dien aard.

Wat er precies is gezegd, of gedaan, weet ik niet, men hield mij zorgvuldig buiten beeld. Kort en goed, mijn vader moest zijn jas aantrekken; en met de heren meegaan. Mijn vader zou tegen mijn moeder hebben gezegd: als het laat wordt, ga dan maar naar bed, ik neem wel een taxi terug vanavond”. Zo naïef was men toen.

Mijn vader werd opgesloten in de strafgevangenis aan de van Alkemadelaan in Scheveningen. Eens in de zes (?) weken mocht hij bezoek ontvangen. De bezoekers werden toegelaten in een vertrek. Dit vertrek was door een soort kippengaas in twee delen gedeeld. Via een andere deur kwamen de gearresteerden, een man of zes, binnen; en konden de mensen met elkaar praten.

Eind 1941 werd mijn vader, met nog enkele anderen overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort. Daar werd in april 1942 het grote OD-proces gevoerd. Eind april 1942 kwam ik thuis uit school. Mijn moeder ontving mij met de woorden: “Pappa komt nooit meer thuis, begrijp je het”? Ik begreep het maar al te goed. Er was 79 maal de doodstraf geëist. Ik was toen tien jaar. Later heeft men hier en daar gratie verleend. Mijn vader was er een van.

Kort daarna is mijn vader, voor levenslang naar Duitsland overgebracht. Hij heeft daar zijn tijd in verschillende gevangenissen doorgebracht. Af en toe kregen wij een brief van hem. Brieven vol met prietpraat. De brieven werden gecensureerd, dus schrijven over de opmars van de geallieerden of Russen was niet mogelijk. De laatste brief was van, ik dacht, oktober 1944. Nadien nooit meer iets gehoord.

Mei 1945, de oorlog is voorbij. Verschillende mannen komen terug uit Duitsland, dwangarbeiders, politieke gevangenen etc. Van mijn vader geen spoor te bekennen. Eind mei krijgen wij bezoek van een dame van het Rode Kruis. Zij heeft een simpele mededeling voor mijn moeder: “ U moet maar aannemen dat Uw man is overleden”. Men had terugkerende mensen gevraagd alle mogelijke informatie te verstrekken. Later hoorden wij, dat hij al in januari 1945 was overleden en in Butzbach in Duitsland was begraven.

Op het Loosduins monument komen nog een paar namen voor. Kempff en Van den Brink. Kempff werd gelijktijdig met mijn vader gearresteerd. Van den Brink werd de dag erna opgepakt. Deze mensen werkten eveneens op “Bloemendaal”. Het waren dus drie collega’s. Ongetwijfeld zullen ze onder elkaar gesproken hebben, over het hoe en waarom van hun daden/drijfveren. Kempff en Van den Brink kregen geen gratie; en zijn in mei 1942 in Duitsland geëxecuteerd, vermoord/ doodgeschoten.

Ik ben nu tachtig; en kan de zaak van grote afstand bekijken. Wat waren dit voor mensen. Nou, heel gewone, brave, hardwerkende huisvaders. Geen glamour boys. Over hun zal nooit een roman worden geschreven, zal geen film worden gemaakt; en zal geen musical worden opgevoerd. Was het offer van hun leven het geheel wel waard? Je vrouw en kinderen achter te laten? Ik mag niet oordelen of veroordelen. Zij dachten goed bezig te zijn. In onze ogen maakten zij op dat moment de goede keus. Gijsbertus (Bert) Lammers is postuum onderscheiden met het verzetsherdenkingskruis.

Aanvullende gegevens:

Gijs Lammers werd tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Hij ging op 2 september 1942 vanuit de gevangenis Utrecht naar de Rheinbach gevangenis in Duitsland. Op 5/7 oktober 1943 wordt hij via de politiegevangenis Frankfurt am Main-Bockenheim getransporteerd naar Ludwigsburg. Op 29 november 1943 volgt overplaatsing naar het Tuchthuis Butzbach in de deelstaat Hessen.

Sluiten

Geplaatst door Stichting WO2 Sporen JvZ op 12 november 2014

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Nederlands Ereveld Frankfurt


vak/rij/nummer:  E/2/16

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Leg bloemen op dit graf

Wilt u graag bloemen laten leggen op dit graf, dan verzorgen wij dit graag voor u.
Bestel bloemen
Bloemen en kransen

Nationaal archief

Bekijk persoonsdossier

Monument

Naam:
Den Haag, bevrijdingsmonument Loosduinen

Plaats:
Den Haag

Den Haag, bevrijdingsmonument Loosduinen
Menu