Jan Christiaan Kruizinga

1926-1944

0

Oorlogsslachtoffer

Is 17 jaar geworden

Geboren op 07-08-1926 in Vlagtwedde 

Overleden op 16-02-1944 in Sögel Landkreis Aschendorf-HĂĽmmling 



Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Jan Christiaan Kruizinga – De dood van een lievelingsbroer

“Hij was een lieve jongen, mijn lievelingsbroer.” Meer dan tachtig jaar na zijn dood zegt Trijntje de Vries-Kruizinga dat nog met veel nadruk. Jan Christiaan was haar lievelingsbroer, terwijl ze uit een gezin van twaalf broers en zussen kwam.Ze... Lees meer

“Hij was een lieve jongen, mijn lievelingsbroer.” Meer dan tachtig jaar na zijn dood zegt Trijntje de Vries-Kruizinga dat nog met veel nadruk. Jan Christiaan was haar lievelingsbroer, terwijl ze uit een gezin van twaalf broers en zussen kwam.

Ze heeft hem inmiddels ruim tachtig jaar overleefd en vertelt over hem. De herinneringen zijn soms scherp, soms vaag, maar het gevoel is altijd gebleven.

Jan Christiaan Kruizinga (geboren op 7 augustus 1926) groeide op in een arbeidersgezin in Vlagtwedde, vlak bij de Duitse grens. “Vanuit ons huis konden we de kerk van Neurhede (in Duitsland) zien”, weet Trijntje de Vries nog. Arbeidersgezinnen hadden het in die tijd niet breed, ook niet in Vlagtwedde. Vader werkte bij een boer. Zijn inkomen was zodanig, dat doorleren er voor de kinderen Kruizinga niet bij was. Toch was de crisistijd voor het gezin de hemel vergeleken met de oorlogsjaren die daarna volgden.

Toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak was Trijntje tien jaar. “Ik weet het nog. We lagen als kinderen met elkaar in bed. Doodsbang.” Dat gevoel zou in de oorlogsjaren vaak terugkomen. “Je zag de zoeklichten en je hoorde het afweergeschut, dat ergens aan de Duitse kant van de grens werd afgevuurd. Er zijn in onze buurt ook wel vliegtuigen neergeschoten. Vlak bij ons huis was een heideveld en een geallieerde piloot heeft daar eens vijf bommen laten vallen. Mijn vader heeft wel eens een granaat mee naar huis genomen en in de tuin begraven.”

Naarmate de oorlog vorderde werd het leven zwaarder. Echte honger werd er in Vlagtwedde niet geleden, maar er kwam aan steeds meer dingen gebrek. Verder was daar de onzekerheid. Onzekerheid over die buurman, een fanatiek lid van de WA, die als hem dat nuttig had geleken zijn eigen moeder had verraden. Maar vooral onzekerheid over de vier broers van het gezin, die in Duitsland te werk waren gesteld. Twee broers werkten in de buurt van München in een munitiefabriek. Twee anderen, waaronder Jan Christiaan, werkten dichter bij huis, maar wel in Duitsland.

Dat werken in Duitsland gebeurde in het kader van de Arbeitseinsatz. De Nazi’s hadden mankracht nodig om hun oorlogsmachine en hun economie draaiend te houden. Veel Duitse mannen waren onder de wapenen en konden dus niet worden ingezet. Daarom werden jonge mannen (tussen de 16 en 40 jaar) in de bezette gebieden verplicht ingezet via de Arbeitseinsatz. Het was in feite een systeem van dwangarbeid en veel Nederlandse mannen doken daarom onder. De broers Kruizinga zagen daartoe geen kans, hoewel ze allerminst stonden te springen om in Duitsland te gaan werken. Zo kon het gebeuren dat Jan Christiaan Kruizinga al op zijn 17e te werk was gesteld op een grote boerderij, niet ver van de Nederlandse grens. Zeventien jaar en dan al zo op jezelf zijn aangewezen. Een keertje naar huis gaan was er niet bij, want je kwam de grens niet over. Omgekeerd konden zijn ouders en andere familieleden ook niet bij hem langs. In zijn brieven naar huis liet hij weten dat hij goed werd behandeld en dat kan best waar zijn, maar een jonge jongen kan alleen maar moeilijk voor zichzelf zorgen

Begin 1944 werd Jan Christiaan ziek, een combinatie van difterie en tetanus. Difterie is een besmettelijke ziekte (die toen nog dodelijk was) die je krijgt via hoesten of niezen door een besmette persoon of door contact met besmette wonden en zweren. Tetanus wordt veroorzaakt door een bacterie in straatvuil, aarde of mest. Hoe hij zijn ziekte precies heeft opgelopen, weten we niet. Het lijkt erop dat een gebrek aan hygiëne hem de das heeft opgedaan.

Hij werd in het ziekenhuis in Sögel opgenomen met een soldaat voor de deur om ervoor te zorgen dat hij niet zou vluchten. Alsof hij daar de kracht voor zou hebben gehad. In het ziekenhuis konden ze Jan Christiaan Kruizinga niet redden en op 16 februari 1944 overleed hij, Pas 17 jaar oud. Zonder zijn vader of moeder om hem bij te staan. Zonder zijn vriendinnetje Trijntje Jager op wie hij zo dol was.

“Toen het bericht van zijn dood kwam, heeft vader hem naar huis gehaald”, weet Trijntje de Vries-Kruizinga nog. “Met een boerenkar met één paard. Hij lag in een zware loden kist. Die mocht niet open omdat hij aan een besmettelijke ziekte was overleden. Voor mij was het moeilijk om te geloven dat mijn lieve broertje in die kist lag.”

De begrafenis was aangrijpend. Vader Kruizinga kon van verdriet niet meer lopen. Zijn vriendinnetje Trijntje Jager was zo zeer door verdriet overmand, dat ze op de kist sprong en mee begraven wilde worden toe de kist in de groeve werd neergelaten. “Het vrat ons van binnen op. Het bleef verdrietig”, zegt Trijntje de Vries-Kruizinga, inmiddels hoogbejaard. “In die tijd stierf er nog iemand binnen ons gezin. Een van mijn zussen had verkering gekregen met een jongen uit Scheveningen die in Oost-Groningen terecht was gekomen. Hij kreeg tbc, werd bij ons verzorgd, maar overleefde het niet. Ook een klein broertje van 2½ is in die tijd overleden. Het was een in-en-in verdrietige tijd.”

Jan Christiaan Kruizinga is in zijn familie nooit verzwegen. “We zijn altijd over hem blijven praten”, zegt zijn zus een mensenleven later. Hij ligt begraven op het kerkhof in Bourtange. “Ik ben daar vorig jaar nog wezen kijken. Hij is altijd mijn lievelingsbroer gebleven. Het is altijd pijn blijven doen dat ik hem zo jong moest verliezen.”

Sluiten
Bron: Tekst geschreven door Piet Kralt, na een interview met Trijntje de Vries-Kruizinga

Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 10 oktober 2025

Brieven uit oorlogstijd deel 2

Deel twee, de andere zijde van de brief.
Bron: Annie & Nanno Kruizinga

Geplaatst door Devin Waasdorp op 08 februari 2022

Brieven uit oorlogstijd

Twee brieven die ik (Devin) heb verkregen van Nanno over zijn broer Jan. De originele brief was tweezijdig, één aan Harm en één aan Albert gericht. Die werkten toen bij elkaar in Duitsland.
Bron: Annie & Nanno Kruizinga

Geplaatst door Devin Waasdorp op 08 februari 2022

Herinnering zus Trijntje

De zus van Jan, Trijntje, herinnerd zich nog dat Jan als landarbeider werkte bij een Duitse boer in Neurhede, hij kreeg hiervoor een oproep per brief van de Duitsers. Hij kreeg voor zijn werkzaamheden niet betaald maar kreeg wel eens een kalf of... Lees meer
De zus van Jan, Trijntje, herinnerd zich nog dat Jan als landarbeider werkte bij een Duitse boer in Neurhede, hij kreeg hiervoor een oproep per brief van de Duitsers. Hij kreeg voor zijn werkzaamheden niet betaald maar kreeg wel eens een kalf of een schaap mee van de boer. Deze nam hij dan mee naar huis en zo had het gezin weer vlees. Zij weet nog dat Jan een keer op het land tijdens het zeisen, met de zeis in zijn enkel sneed. Hij moest toen naar het ziekenhuis. Hij werd toen bewaakt door een Duitser met een geweer die voor de deur van zijn kamer stond in het ziekenhuis, kennelijk waren zij bang dat hij er vandoor zou gaan. Sluiten
Bron: Zus van Jan; Trijntje Kruizinga - de Vries

Geplaatst door Devin Waasdorp op 29 april 2019

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Nationaal archief

Bekijk persoonsdossier
Menu