Meijer Kats
1875-1943
Afbeeldingen
Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Rozetta Kats en Meijer Kats - De enige twee joden uit Zweeloo die in Sobibor zijn vermoord.
Rozetta Kats (12-02-1871 - 20-03-1943)
Meijer Kats (01-02-1875 - 20-03-1943)
De enige twee joden uit Zweeloo die in Sobibor zijn vermoord.
Auteur: Jan Warmolts
In Meppen woonden tot maart 1943 op de hoek van de Steeg, ook wel ‘jeudensteeg’ en later het KATSPAD genaamd en de Dennenkampen, Meijer en Rozetta Kats, broer en zus 68 en 72 jaar oud. Ze waren de twee enige joodse inwoners van de gemeente Zweeloo. Meijer was koopman, hij handelde in, ‘striepkoorn broeken’, schortbont, zakdoeken, hemdenstof en garens. Tevens had hij een handel in dierenhuiden en lompen. Voor het transport had hij een hondenkar. Rozetta deed de huishouding. Twee gewaardeerde dorpelingen op wie niets viel aan te merken. Ze werden slachtoffer van de jodenvervolging van Hitlers Nazi-Duitsland.
Op 13 mei 1942 moest de gemeente op last van de bezetter opgave doen aan de Commandant van de SD en de SS in Assen van de in Zweeloo wonende Nederlandse joden:
Volgende Juden wohnen in der Gemeinde Zweeloo
1. Kats, Meijer geboren 1 Februar 1875 in Zweeloo wohnhaft zu Meppen C 56.
2. Kats, Rosetta geboren 12 Februari 1871 in Zweeloo wohnhaft zu Meppen C 56.
Bijna een jaar later slaat voor Meijer en Rozetta het noodlot toe. Op de avond van 8 maart 1943 werd hen voorzichtig verteld dat ze de volgende dag naar het doorgangskamp Westerbork gebracht zouden worden. Ze kregen de gelegenheid onder te duiken of te vluchten. Maar ze waren al oud, waar zouden ze naar toe moeten gaan, wie zou hen willen helpen? Gillend kwam Rozetta het vreselijke bericht bij de buren vertellen!
Een dag later, op 9 maart 1943, kwam een marechaussee met motor en zijspan voorgereden om ze te halen. Toen Rozetta in het zijspan zat en Meijer achterop de motor, liep de man nog eenmaal de boerderij binnen voor een laatste contrôle, zichtbaar moeite hebbend met de opdracht van de bezetter. Toen hij even later de baanderdeur achter zich dichttrok, zag hij dat Rozetta nog steeds in het zijspan zat en Meijer achterop de motor. Ze keken hem afwachtend aan, hij wendde zijn blik af. Nog eenmaal keken ze naar hun boerderijtje dat ze nooit zouden terugzien, tranen welden! Toen stapte de marechaussee op, startte de motor, en bracht twee onschuldige mensen met twee koffertjes naar het doorgangskamp Westerbork! Nog dezelfde dag kwamen de opperwachtmeester en de waarnemend groepscommandant van de Marechaussee op het gemeentehuis om aan de burgemeester een portefeuille met 1.300 gulden te overhandigen. Die hadden zij ontvangen uit handen van Meijer Kats voor zijn vertrek naar Westerbork. De burgemeester nam het spaargeld van Meijer en Rozetta in voorlopige bewaring. De twee geiten van de broer en zus werden door buurman Nijmeijer overgenomen. Hij beloofde de dieren goed te zullen verzorgen, waarvoor hij ten overstaan van de marechaussee een verklaring tekende.
Sobibor
Op 17 maart 1943 vertrok een treintransport joden vanaf Westerbork naar het vernietigingskamp Sobibor in Polen. Meijer en Rozetta zaten ook in de trein. Uit een verklaring van het Rode Kruis bleek dat ze omstreeks 20 maart 1943 door gasverstikking om het leven waren gebracht.
Inventarisatie
De opperwachtmeester van de marechaussee inventariseerde op 13 april 1943 in de boerderij aan de jeudensteeg in Meppen de achtergebleven inboedel van Meijer Kats en zijn zus Rozetta. Dat beiden al vermoord waren kon hij niet weten. Hij zette alles op een inventarislijst. De in de kasten aanwezige kleding en linnengoederen werden nauwkeurig op aparte lijsten vermeld. Op 28 april 1943 ontving de Sicherheidspolizei van de SD opnieuw een gevraagde verklaring over het aantal in Zweeloo woonachtige joden: ‘In der gemeinde Zweeloo sind keine judische Personen mehr da.’
Een jaar later stuurde de burgemeester van Zweeloo in opdracht van de Gruppensacharbeiter de Omnia, Treuhand Geselschaft M.B.H de in bewaring genomen 1.300 gulden naar de roofbank van de Nazi’s, de Bankiersfirma Lippmann, Rosenthal & Co. Als vorm van stil protest stuurde hij het geld in de portefeuille op. “Steel het er zelf maar uit!”
De op de inventarislijst voorkomende Friesche staartklok kreeg later uit eerbetoon een plaatsje in het gemeentehuis van Zweeloo en hing in de burgemeesterskamer. De pathefoon met grammofoonplaten kwam terecht in een kuurhuisje van een aan TBC lijdende vrouw in de Wheem. Alles wat nog restte, was een foto van Meijer Kats en een door Rozetta geschreven versje in een poëzie-album van een buurmeisje. Na de herindeling werd de Friesche klok door de gemeente geschonken aan de Historische Vereniging. Een tijdlang hing de klok in de Korenhof.
Toen de H.V. naar het Frensenhoes verhuisde, ging de klok mee en deze hangt nu in de expositie-ruimte boven de houtzagerij als herinnering dat meer dan 70 jaar geleden Meijer en Rozetta Kats in Meppen woonden. Gewone dorpelingen die vermoord werden, omdat ze joods waren. En niemand kon deze mensen redden! Niemand kon! Kon niemand?
Bron - J. Kuipers-Nijmeijer
Literatuur - Zweel blef Zweel (1997), Jan Warmolts.
Foto’s - F. Kuipers
Alle rechten voorbehouden.
Geplaatst door H.V.Z. Historische Vereniging Zweeloo op 15 juli 2025




