Gudrun Heyning-Aubert
1906-1945
Portret toevoegen?
Klik hierOorlogsslachtoffer
Is 39 jaar geworden
Geboren op 02-02-1906 in Hurum, Noorwegen
Overleden op 15-08-1945 in Rantau Prapat, Aek Pamienke
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Gudrun Heyning-Aubert
Geboren op 6 februari 1906 in Hurum als derde dochter in een gezin met zes kinderen. Gudrun was geboren in de eerste lijn van het adellijke geslacht Aubert.
Ouders: Axel, geboren 11 december 1873 in Oslo, dr.phil., directeur-generaal*, lid van de Raad van Bestuur van »Norsk Hydro«, voorzitter van de Raad van Bestuur van A.S. »Norsk Sprængstofindustri«, lid van het vertegenwoordigersorgaan van I.G. Farbenindustrie A.G., erelid van de Academie van Wetenschappen in Oslo en van de Société de Chimie Industrielle in Parijs, lid van de Koninklijke Noorse Wetenschapsmaatschappij, Trondheim, en van de Koninklijke Wetenschapsmaatschappij te Uppsala. Gehuwd op 2 juli 1897 in Aker met Gudrun Holter, geb. 9 september 1873 in Oslo.
Gehuwd op 24 mei 1933 in Den Haag met Cornelius Geldolph Heyning, geboren 17 augustus 1908 op Java/Sumatra.
Kinderen:
Anton Diedrich Heyning 04-11-1934
Gudrun Louise Heyning 30-08-1938
Astri Cornelia Heyning 10-05-1941
Het echtpaar verliet Amsterdam op 15 november 1933 aan boord van de MS Marnix van Sint Aldegonde, met geplande aankomst in Tandjong Priok op 14 december.
In Nederlands-Indië vestigden Gudrun en Cornelius zich op Noord-Sumatra, waar Cornelius werkte als assistent op de theefabriek ‘Pemanangan’ te Siantar. ‘Permanangan’ was bij de bouw in 1920 overigens de grootste ter wereld.
Begin 1935 sloeg het noodlot toe: de fabriek brandde af. Het werd er niet beter op toen bleek dat zij niet zou worden herbouwd. Veel arbeiders waren al 15 jaar in dienst. Als vervanging kwam de nieuw gebouwde fabriek Bah Boetong. Dat deze fabriek nog niet in gebruik was geweest, had te maken met de ‘thee-restricties’ die de hoeveelheid thee reguleerden die uit Nederlands-Indië mocht worden uitgevoerd.
De Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 bracht grote omwentelingen voor Gudrun en haar gezin. Cornelius werd gemobiliseerd en tot sergeant benoemd. Gudrun stond daardoor alleen met de zorg voor de kinderen.
Tegelijk met de aanval op Pearl Harbor landden de Japanners ook op de Filipijnen en in Malaya. Nederlands-Indië had Japan eveneens de oorlog verklaard. Met de snelle opmars van de Japanners kwam de oorlog al gauw dichtbij.
Uiteindelijk landden de Japanners ook op Sumatra, en op 9 maart 1942 capituleerde het Nederlandse koloniale leger in heel Nederlands-Indië. Voor Cornelius betekende dit dat hij krijgsgevangene werd, en voor Gudrun en de kinderen dat zij geïnterneerd zouden worden.
In eerste instantie vond de internering van Gudrun en de kinderen plaats in hun eigen huis. Hoewel Gudrun in Noorwegen was geboren, had zij bij haar huwelijk met Cornelius de Nederlandse nationaliteit gekregen.
Volgens fanger.no verbleven Gudrun en de kinderen in de volgende kampen: Pernatang Siantar, Brastagi en Aki Parnienke. In maart 1942 werden Gudrun en de kinderen aanvankelijk geïnterneerd in het complex van Siantar Dokter Fonds; de huisvesting was in de ziekenzalen van het koelie-ziekenhuis. Na december 1942 werd de groep overgebracht naar het vrouwenkamp in Brastagi.
In Brastagi kwamen zij te wonen in een school die eigendom was van de Planters Vereeniging. Vanwege het koele hooglandklimaat en het relatief goede gebouwenbestand werd het kamp door sommigen ‘de ster onder de vrouwenkampen’ genoemd, al wijzen contemporaine getuigenissen erop dat kou, vocht en ondervoeding het verblijf zwaar maakten.
Daarnaast werden de jongens in mei 1943 overgebracht naar Soengeisenkol en later naar Sirengorengo. Dat kan heel goed hebben betekend dat ook Anton afscheid moest nemen van zijn moeder en zussen.
Het laatste kamp waar Gudrun verbleef, was een van de drie kampen Aik (Aek) Paminke I–III bij Rantau Prapat. De kampen lagen circa 220 kilometer ten zuidoosten van Medan en werden in gebruik genomen in de periode april–juli 1945. Vrouwen werden er ondergebracht in hallen die oorspronkelijk voor koelies waren bedoeld. Deze hadden scheidingswanden van blik, daken van zink of atap en een aarden vloer.
Hoewel de kampen maar kort hebben bestaan, was de sterfte toch hoog. De Oorlogsgravenstichting heeft in haar database 50 slachtoffers geregistreerd die hier zijn overleden.
Hoewel de Japanners diplomaten buiten Java niet toelieten, deden Zweedse diplomaten toch wat zij konden om informatie te krijgen over waar het gezin zich bevond. Gudruns vader Alex probeerde eveneens nieuws over hen te krijgen, al was dat door de oorlog moeilijk.
Helaas overleefde Gudrun het niet; zij stierf op dezelfde dag dat Japan capituleerde. Het is helaas niet gelukt de doodsoorzaak te achterhalen.
Geplaatst door Tom Andersen op 12 november 2025
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenLeg bloemen op dit graf

