Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Pappa en mijn moeder trouwden in het eerste oorlogsjaar, april 1941.
Bij de mobilisatie in mei 1940 werd pappa opgeroepen als soldaat ter verdediging van het vaderland. Hij hoorde dus bij het slecht bewapende leger dat per fiets of te voet de Duitse tanks moest tegenhouden. Het heeft dan ook maar 5 dagen geduurd voordat Nederland capituleerde. Daarna zetten de Duitsers een klopjacht in op alle militairen die gedemobiliseerd werden. Pappa was gestationeerd vlak bij Volkel. Hij heeft daar, van de familie van den Oetelaar uit Schijndel, burgerkleding gekregen, vervolgens hebben deze mensen zijn militaire uniform begraven en is pappa weer ongedeerd thuis gekomen. De bezetting was een feit.
Aanvankelijk ging hun leven gewoon door, ze zijn ook gewoon getrouwd in 1941, maar de situatie werd spannender. Eerst omdat jonge mannen opgepakt werden om te werken in Duitsland en later omdat bij het verdrijven van de Duitse troepen de frontlinie een poosje in de buurt van hun huis lag en er veel gebombardeerd werd. Pappa heeft in de oorlog altijd veel contact gehouden met zijn bataljon. Toen wij na de oorlog jaarlijks in Odiliapeel bij de dodenherdenking voor pappa gingen, kwamen die kerels ook altijd naar ons toe. Ze zeiden dan: ”O, dat zijn de meisjes van Tinus”. Wij voelden ons dan een soort bezienswaardigheid. Nelly en ik moesten ieder jaar bij de dodenherdenking een krans leggen.
Tijdens de oorlog hebben pappa en moeder altijd onderduikers in huis gehad, behalve eigen broers ook jongens uit het westen. Moeder vertelde ook dat pappa contacten had met de groep die vliegeniers naar de “Zwarte Plak” bracht, daar werden ze dan doorgegeven aan een andere groep die een volgend deel van de verdere vluchtroute terug naar Engeland verzorgde. Volgens haar was er in de buurt een vliegtuig neergeschoten en stond de piloot ervan bij hun aan de deur in de hoop dat hij geholpen zou worden. Een jonge man, die een zekere dood tegemoet gaat als je weigert. Pappa heeft hem toen verborgen en later weggebracht. Wat hij verder precies in de oorlog heeft gedaan is ons niet bekend. Voor zover wij weten heeft hij nooit deel uitgemaakt van een verzetsgroep.
Tijdens de oorlog zijn Nelly in 1942, ik in 1943 en Mart in 1944 geboren. Ma en pappa hebben geen ander huwelijksjaren gekend dan oorlogsjaren. Bij de bevrijding werden in de bossen van Horst en Meterik sterke concentraties van Duitse brigades gelegerd omdat men een aanval verwachtte op het Noord Limburgse gebied ten westen van de Maas en van daaruit op Venlo. Er was al een corridor van Eindhoven tot Nijmegen bevrijd en de Engelsen wilden doorstoten naar Venlo. Op 22 november lag het front van Geysteren via Tienray en Horst naar Sevenum. Dat was erg dicht bij hun huis. Ze wisten toen dat het einde van de oorlog nabij was. Horst werd vanuit Sevenum bevrijd door een Schots regiment. De Duitsers hadden toen al de aftocht geblazen. Alvorens te vertrekken hadden ze echter nog de laatste restanten van de kerktoren opgeblazen, omdat die als uitkijkpost voor de artillerie te gebruiken was. Ondertussen trok vanuit het plaatsje America een Engelse divisie op, deze maakte op 23 november op de Middeldijk contact met de Schotse. De bevrijding van Horst was een feit.
Pappa en moeder verkeerden in een soort euforie. De oorlog was voorbij. Ze stonden buiten te kijken in de richting waar de laatste Duitsers vertrokken waren. Maar ze waren nog niet allemaal weg, dat werd hem fataal. Door de laatste Duitsers die richting Meerlo, richting het front en richting Duitse grens vertrokken werd pappa op 24 november 1944 neergeschoten. Hij is toen door onderduikers op een ladder gelegd en thuis binnen gedragen. Anderen zijn een dokter gaan halen. Vanuit de Engelse kant van het front, vanuit Venray hebben ze een legerarts, bereid gevonden mee te gaan, maar deze heeft het niet overleefd. Evenmin als pappa. Hij had een schotwond in de buik en is doodgebloed. Hij was 34 jaar oud.
Moeder zegt dat Nelly en ik erbij zijn blijven zitten kijken. Martje was toen twee maanden oud en nog niet ingeschreven in de burgerlijke stand van de gemeente Horst. Toen hij uiteindelijk na de bevrijding aangegeven werd kreeg hij de naam van pappa: Martin. Pappa is begraven op het oorlogskerkhof in Loenen, naast zijn broer Harrie.
Na de oorlog heeft pappa postuum een onderscheiding gekregen van Koningin Wilhelmina. Die heeft altijd bij ons in de kamer gehangen.
Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 02 juni 2026
Martien Hellegers
In het gezin van Chris en Johanna Hellegers-Voermans, Kerkhoek E8 te Oirlo (Noord-Limburg), waren veertien kinderen, waarvan er twee in de oorlog omgekomen zijn.
Mien Direks-Hellegers: Mijn broer Martien woonde in Horst vlakbij Klein Oirlo op de Nieuwenberg. Hij werd op 24 november 1944 bevrijd en wilde omstreeks 11.00 uur zijn fiets onder een korenmijt vandaan halen. Vanuit een bosje werd hij echter beschoten door een Duitse patrouille. Pastoor Gerards durfde hem niet komen bedienen in verband met de aanhoudende beschietingen. Een Britse Rode Kruisdokter ging er heen, vergezeld van twee militairen. De dokter werd gedwongen met zijn werk te stoppen en de militairen werden door de Duitsers gevangengenomen en meegenomen. Sjang Classens, de boerenknecht van Martien, en ik hebben hem op een ladder gelegd en naar binnen gebracht. Daar is hij gestorven in het bijzijn van zijn vrouw en drie kleine kinderen. Op 27 november 1944 is Martien met kar en paard naar het kerkhof in Oirlo gebracht en aldaar begraven. Bij de familie Martens werd even halt gehouden en zegende meneer pastoor de overledene. Tevens werd er gebeden.
Na de oorlog zijn zowel Harry Hellegers (een jongere broer van Martien, doodgeschoten door de Duitsers op 27 oktober 1944) als Martien herbegraven in Loenen op de erebegraafplaats voor oorlogsslachtoffers.
Persoonlijke noot Thijs Hellegers:
De weduwe van Martien is na de oorlog hertrouwd met Wim Marcellis. Uit dat huwelijk zijn eveneens drie kinderen geboren. In 1948 is mijn vader, Theo Hellegers (een broer van Martien en Harry, geboren in 1918) getrouwd met Dina Marcellis, een oudere zus van Wim. Op deze manier waren wij als kinderen zowel langs de lijn van mijn vader als via mijn moeder verbonden met de echtgenote en de kinderen van Martien.
Mien Direks-Hellegers ('tante Mien') vertelde mij bij de begrafenis van mijn vader in 2004 dat ze na de dood van Martien met haar ouders en andere kinderen te voet vanuit Oirlo naar het huis van Martien zijn gelopen en dat haar vader de hele weg daarheen had gehuild. Een ontroerend beeld, dat mij altijd is bij gebleven.
SluitenGeplaatst door Thijs Hellegers op 07 april 2018
Martin Hubert Hellegers staat ook op monument te:
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenLeg bloemen op dit graf






