Ella Catharina Bakker-Arps

1913-1945

Els 1939

Oorlogsslachtoffer

Is 31 jaar geworden

Geboren op 23-09-1913 in Den Haag 

Overleden op 01-04-1945 in Banjoebiroe, kamp 10 


Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Els Bakker-Arps, een lieve vrouw

Twee vrouwen zochten de sporen van dezelfde vrouw, Els Bakker-Arps. Eveline Bakker ging op zoek naar de Indische sporen van haar vader en vond een dagboekje waarin de naam van Els werd genoemd. Ze wilde meer van haar weten. Ella Arps was vernoemd... Lees meer

Twee vrouwen zochten de sporen van dezelfde vrouw, Els Bakker-Arps. Eveline Bakker ging op zoek naar de Indische sporen van haar vader en vond een dagboekje waarin de naam van Els werd genoemd. Ze wilde meer van haar weten.

Ella Arps was vernoemd naar haar omgekomen tante, woonde in hetzelfde huis als haar tante Els (Ella Catharina) Bakker-Arps had gewoond. Toen in 2002 een andere tante van Ella overleed vond zij in de nalatenschap een correspondentie tussen de familie in Den Haag en het voormalige Nederlands-Indië. Eveline en Ella waren aanvankelijk eerst apart van elkaar op zoek, maar vonden elkaar in hun nasporingen. Nu vertellen ze samen over wie Els Bakker-Arps was.

Els Arps werd op 23 september 1913 in Den Haag geboren als oudste dochter van een gezin van vijf. In 1937 werd ze verpleegster in het Coolsingelziekenhuis in Rotterdam. De jaren dertig waren economisch gezien een zware tijd. Werk was moeilijk te vinden en dat bracht een van haar broers ertoe om naar Indië (het huidige Indonesië) te gaan. Daar was wel werk en al gauw kwamen er enthousiaste brieven naar Nederland. Els wilde ook wel naar Indië, zocht avontuur, wilde haar vleugels uitslaan. Die kans kwam toen de rijke familie Gleichmann in 1939 een kindermeisje zocht in Indië. Ze vertrok naar de Oost. Het leek wel een sprookje.

Het werd nog meer een sprookje toen ze anderhalf jaar later Sicco Bakker (de vader van Eveline) ontmoette. Er kwam een verliefdheid en korte tijd later een bruiloft. Sicco werkte als chemicus bij de suikerfabriek in Kediri. Samen met Els leefde hij een mooi leven. Rijk waren ze niet, maar wel rijk genoeg om mooie uitstapjes te maken. Indië bleef voor de familie Bakker-Arps aantrekkelijk. In 1940 kwam de jongste broer van Els erheen en ook Sicco had er enkele broers wonen.

Uit de schaars beschikbare informatie komt Els Bakker-Arps naar voren als een lieve vrouw. Vrolijk, knus, humoristisch, huiselijk, creatief en heel gastvrij; dat zijn begrippen die op haar van toepassing waren. Hoewel haar huis niet groot was, stond haar deur altijd voor iedereen open. Ze schreef aan haar moeder dat ze het lastig vond, dat ze in het Maleis aan haar personeel moest uitleggen hoe Sicco zijn maaltijd het lekkerst vond. Het tekent wie ze was.

Sprookjes blijven meestal niet duren, ook dit sprookje niet. Nederlands-Indië had al geruime tijd te maken met dreiging door Japan. De Japanners wilden de hegemonie over een zo groot mogelijk deel van Azië, hadden daarvoor al de nodige oorlogen gevoerd, maar hadden gebrek aan grondstoffen (met name olie). Olie was in Nederlands-Indië ruim voorhanden, maar de Nederlandse regering paste er wel voor om die aan de Japanners te verkopen. Het koloniale bestuur was zich er bovendien onvoldoende van bewust dat het zwakke leger geen partij zou zijn voor de Japanse oorlogsmachine.

De Japanners kozen voor hun territoriale ambities en niet voor de vrede toen ze op 7 december 1941 de Amerikaanse vloot voor de Stille Oceaan bij Pearl Harbour vernietigend aanvielen. Terstond was de toen vooral Europese oorlog een wereldoorlog geworden en in Indië zaten ze daar middenin. Onmiddellijk werd er gemobiliseerd. In een periode waarin Els een blindedarmoperatie onderging moest Sicco onder de wapenen. Els moest alleen naar huis Sicco zat bij het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Hij werd gemobiliseerd in Tjimahi. Els voegde zich bij hem en huurde een kamer vlak bij de kazerne. Een laatste keer zou hij zijn vrouw nog zien, maart 1942. Els was toen verpleegster in het noodhospitaal te Andir. Ze zat in een bus met verpleegsters die pech had. De bus evacueerde de verpleegsters omdat het bij Andir dat net was gebombardeerd te gevaarlijk werd. Sicco reed met de ambulance juist terug van een gewondenvervoer en besloot om de bus te helpen. Tot zijn vreugde zat zijn vrouw ook in die bus. Daarna hebben ze nooit meer contact gehad. Sicco werd na de gevechten krijgsgevangen gemaakt, werkte aan de Birmaspoorweg en zat in Singapore gevangen. Maar hij overleefde de oorlog.

Els was inderdaad weer verpleegster geworden. Na Pearl Harbour werden de Nederlandse vrouwen in Indië opgeroepen toe een soort maatschappelijke dienstplicht, de COVIM, een militie die werd opgericht voor vrijwilligers om de KNIL te ondersteunen. Els ging weer terug naar Kediri. Tot maart 1943 woonde ze weer bij de suikerfabriek, had een vriendin gekregen in Hanna Muijser en leefde een redelijk aangenaam leven met daarbij uiteraard wel de continue zorg om het lot van haar man.

Naarmate de oorlog vorderde werd het leven grimmiger. Nederlandse vrouwen werden in kampen ondergebracht (zogenaamd om hen te beschermen. Els, Hanna en de andere vrouwen van de suikerfabriek werden geïnterneerd in Galoehan. In februari 1944 werd ze overgeplaatst naar Kamp Banjoe Biroe X. In eerdere kampen was de leiding niet volledig Japans en was er nog enige ruimte voor eigen initiatief; Kamp Banjoe Biroe X viel volledig onder Japanse leiding en was een gruweloord. Het was een voormalige gevangenis voor 900 gevangen, maar aan het eind van de oorlog waren er 5000 vrouwen en kinderen ondergebracht. Er waren ellenlange appéls. Het eten was schaars en slecht. De medische verzorging was ondermaats. Veel Japanse bewakers gedroegen zich beestachtig. Mishandeling en verwaarlozing waren aan de orde van de dag.

Els’ vriendin, Hanna Muijser overleefde de oorlog. Zij heeft later over haar lotgevallen geschreven en in die teksten komt ook Els naar voren. Ze was niet veranderd. Tot twee maanden voor haar dood gaf ze nog handwerkles aan de kinderen van familieleden, die ook in het kamp zaten. Er werd een kleed gemaakt met daarop veertig namen van vrouwen uit het kamp. Alsof ze de Jap wilden zeggen: jullie kunnen alles van ons afnemen, maar onze naam kunnen wij niet verliezen. De verblijfplaats van het kleed is helaas onbekend bij Ella en Eveline, maar er zijn nog kleurenfoto’s van.

Els Bakker-Arps overleed op 31 maart 1945, 31 jaar oud. Als officiële doodsoorzaak werd tbc genoemd. De werkelijkheid is dat ze stierf door verwaarlozing en uitputting. Waarschijnlijk heeft ze wel tbc gehad, maar dat was niet meer dan de druppel die de emmer van leed deed overlopen. Ze zakte weg in apathie en ging stilletjes heen. Ze werd begraven vlak bij het kamp. Van dat graf heeft Sicco een foto gemaakt. Hij is er in 1948 nog geweest en heeft er het eigendomsrecht over verworven. Later kreeg Els’ vader bericht dat ze naar een ereveld kon worden overgebracht. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk. Het was de tijd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en het was voor de Indonesische autoriteiten niet de hoogste noodzaak om zuinig om te springen met de stoffelijke resten van Nederlandse vrouwen. Uiteindelijk is Els’ graf geruimd. Haar stoffelijke resten zijn verdwenen.

“Ik heb altijd geweten dat ik naar mijn tante Els ben vernoemd”, vertelt Ella Arps een mensenleeftijd later. “Ze hoorde bij mijn jeugd, om het zo te zeggen. Een beetje mysterieus maar wel positief. Je had in die tijd ook beelden die niet met de werkelijkheid overeenkwamen. Enkele van mijn familieleden werkten als zendeling in Indonesië. Hun kinderen hadden ook in Jappenkampen gezeten. Ik zag hen als helden terwijl ze in werkelijkheid natuurlijk slachtoffers waren geweest en gruwelijke dingen hadden meegemaakt.

Toch zag ik ook de realiteit van de situatie wel. Oma is altijd ziekelijk gebleven. Ze had een dochter en een zoon verloren. Ze vond troost in haar geloof, maar had het zwaar. Ook mijn vader heeft onder de situatie geleden. Hij is jong gestorven, op zijn 49e. Misschien wel van verdriet, ik weet het niet. Ik zag al vanaf mijn 10e dat hij verdriet had, probeerde hem te troosten, maar kon dat natuurlijk niet. Die pijn heb ik lang met me meegedragen.”

“Vader sprak nooit over de oorlog”, herinnert Eveline Bakker zich. “Van het bestaan van Els hoorde ik via mijn moeder, Sicco’s tweede vrouw. Mijn moeder wilde mij vernoemen naar Els maar dat wilde vader niet. Ik kreeg wel als tweede naam de naam van zijn ex-schoonmoeder.

Tussen de families Bakker en Arps zijn de relaties altijd goed gebleven. Ik heb later gelezen dat mijn vader had geschreven dat het denken aan Els hem in de oorlog op de been had gehouden. Hij had zijn trouwring bewaard in plaats van die te verkopen voor voedsel.

In november 1941 was mijn vader met een dagboek begonnen. Daarin lees je over de dreiging van toen, maar ook over het blije leven van jonge mensen. Toen ik er was, was mijn vader niet meer de man uit dat dagboek. Naar buiten toe was hij een vrolijke man. Hij kwam wel voor me op, maar hij was afstandelijk. Er lag een zekere beklemming over hem. Als repatriant kon hij zijn draai in de naoorlogse Nederlandse samenleving maar moeilijk vinden. Het kostte hem moeite om werk te vinden. Hij is nog teruggegaan naar Indonesië, maar daar was in die tijd voor de Nederlander die hij was geen plaats.”

Els Bakker-Arps is vermoord. Misschien niet letterlijk, maar ze was door de Japanse bezetter in zodanige omstandigheden gebracht, dat ze die niet kon overleven. Ze was een lieve vrouw en ze mag niet worden vergeten. Het verhaal van Ella en Eveline wil daaraan bijdragen. “Het is goed dat ze nu nog in onze gedachten is en dat wij eraan kunnen bijdragen dat ze wordt herdacht.”

Sluiten
Bron: Tekst geschreven door Piet Kralt, na een interview met Ella Arps en Eveline Bakker

Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 06 augustus 2025

Het kleed uit Banjoe Biroe met de namen De naam van Els Bakker Arps staat linksbovenaan

Vriendschap Ella Arps-Bakker en Hanna Muijser-De Bruijn in Indië

Mijn ouders Aad en Hanna Muijser zijn in Januari 1940 naar Indië gegaan waar mijn vader werk had gekregen als chemicus in de suikerfabriek in Kediri op Java. Tot de Japanse bezetting hadden ze daar een prettige tijd. Daarna is mijn vader ... Lees meer

Mijn ouders Aad en Hanna Muijser zijn in Januari 1940 naar Indië gegaan waar mijn vader werk had gekregen als chemicus in de suikerfabriek in Kediri op Java. Tot de Japanse bezetting hadden ze daar een prettige tijd. Daarna is mijn vader  opgeroepen voor dienst en als krijgsgevangene op een boot naar Changi in Singapore gebracht. Zijn eenheid was bestemd voor de Birma spoorweg, maar mijn vader bleef in Singapore omdat hij door vitamine gebrek  aan "burning feet" leed. Mijn moeder mocht aanvankelijk in haar huis blijven wonen, maar later woonden ze met een paar vrouwen bij elkaar in een huis. Toen nog in relatieve vrijheid, totdat ze geïnterneerd werden in kleine kampen met veel vrouwen (en kinderen). In de brieven die Hanna (toen vaak Hans) na de capitulatie van Japan schreef, noemt ze vaak  het overlijden in het kamp van haar vriendin Els (Ella Catharina Bakker-Arps). In die brieven gaat het meestal over mijn moeder's  verlangen weer verenigd te zijn met mijn vader (dat zou na de capitulatie ongeveer 4 maanden duren), maar ook vaak over haar in het kamp gestorven vriendin Els. 

Uit de brieven heb ik een selectie in een PDF file gezet.

Hans Muijser

Sluiten
Bron: Uitgetypte brieven van mijn moeder Hanna Muijser uit Java aan mijn vader Aad Muijser in Changi (Singapore)

Geplaatst door Hans Muijser op 02 januari 2026

oorlogsgraf

Els Bakker-Arps werd tijdelijk begraven met grafnummer D225, gelegen buiten kamp 10. Wat er later met het stoffelijk overschot is gebeurd, dat is niet bekend. Haar weduwnaar heeft dit graf nog bezocht in 1948.

Bron: brief van Sicco Bakker

Geplaatst door Ella Arps op 06 juli 2025

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Buiten Erevelden

Gedenkboek: 40

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Nationaal archief

Bekijk persoonsdossier
Menu