Albertus ten Dam
1923-1943
Oorlogsslachtoffer
Is 20 jaar geworden
Geboren op 11-03-1923 in Rheden
Overleden op 27-04-1943 in Marburg, Stadtkreis Marburg
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
De jongen van de hei.
Op het voetbalmonument van de KNVB in Zeist staan bijna 3.000 namen van voetballers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn overleden. Zes van hen kwamen uit het dorp Dieren. Hun levensverhalen zijn uiteenlopend. Bekend is het verhaal van sergeant Chris Meijer die wegens ‘desertie’ gefusilleerd werd. Naast de grote interesse voor zijn verhaal, zijn er ook jongens geweest die nauwelijks aandacht ontvingen na hun overlijden. Dit verhaal gaat over één van hen: Albertus ten Dam, een jongen van de hei.
In het begin van de jaren '20 van de vorige eeuw werden er woonblokken gebouwd op de Dierense heide. De kleine huizen aan de Nieboer en Talmastraat waren aangelegd voor lokale arbeiders. Er was nog weinig bebouwing om heen. Hier en daar een boerderijtje langs de Harderwijkerweg of Zilverakker en dat was het. Niet de statige villa's zoals aan de andere kant van de spoorlijn. Albertus woonde vanaf zijn geboorte (11 maart 1923) op Talmastraat 14 tussen families waar vaders werkten op fabrieken als Gazelle, EDY of Lepper. Een buurtje waar de woningen klein waren maar de ruimte eromheen uitnodigend. Genoeg natuur voor de opgroeiende Albertus en zijn buurtgenoten om in te spelen.
Het gezin ten Dam had 4 kinderen. Als eerste kwamen zijn oudere zussen Trijntje en Johanna. Daarna hijzelf; Albertus, roepnaam Bart. Na hem werd nog zusje Pieternella geboren. Moeder Trijntje Kef kwam oorspronkelijk uit Noord-Holland. Vader Bernardus verdiende zijn geld als sigarenmaker in de plaatselijke tabaksindustrie. Eigenlijk deed de hele familie dit. Ook zijn vier ooms waren sigarenmakers bij Dierense fabriekjes.
Op korte afstand van zijn huis was het voetbalveld aan de Zilverakker. In het weekend waren er wedstrijden te zien waarbij de kleine Albertus vol verwachting langs de zijlijn stond. Hij moest wachten tot hij een tiener werd om zelf lid te mogen worden van een vereniging. Zijn club werd de Dierensche Boys. Voorzitter Jansen was er begonnen met juniorenteams en zocht voetballers. Vader Bernardus en voorzitter Jansen kenden elkaar goed uit het lokale sigarenwereldje. Daarnaast was de Boys de club van de arbeidersklasse waarvan vele leden verspreid over de heide woonden. Albertus voetbalde er vanaf zijn puberjaren tot en met de bezetting met familie langs de lijn om hem support te geven.
Toen de oorlog uitbrak was hij 17 jaar. Hij hoorde de verhalen over dorpsgenoten die sneuvelden in de meidagen van 1940. Over Herman Ursinus bijvoorbeeld, een speler van Theothorne, die omkwam op de Grebbenberg. Van zijn eigen vereniging hadden alle leden de inval overleefd. Na enkele weken moest hij zelf alweer spelen. Gemiste wedstrijden werden ingehaald. En er werd een wedstrijd georganiseerd door de plaatselijke verenigingen waarbij de opbrengst ging naar de slachtoffers van het bombardement in Rotterdam.
Serieuze zorgen komen het gezin binnen als twee jaar later Nederlanders worden opgeroepen verplicht te werken in Duitsland; de Arbeidseinsatz. Albertus werkt bij de zuivelfabriek CODIMEZ aan de Molenweg en krijgt helaas geen vrijstelling. Hij wordt gevorderd, zoals dat heet. In november 1942 verlaat hij zijn ouderlijk huis voor een treinreis van Dieren naar Frankfurt am Main. Ten noorden ligt het dorp Allendorf in de gemeente Marburg. Hij komt er te werken in Fabrik Allendorf, de beruchte TNT springstoffenfabriek. Het is daar het grootste munitiecentrum in Duitsland, verscholen in de bossen en deels onder de grond. Er werken duizenden mensen gedwongen mee aan de productie van explosieven als granaten, bommen en landmijnen. De werknemers komen grotendeels uit bezette landen. De omstandigheden zijn er bar slecht. Ongezond en levensgevaarlijk.
Op 27 april 1943 vindt een bedrijfsongeval plaats waarvan de oorzaak onbekend gebleven is. Albertus heeft 2e en 3e graads brandwonden opgelopen op grote delen van zijn lichaam. In gewonde toestand wordt hij naar ‘der Chirurgischen Klinik’ gebracht alwaar hij overlijdt. Het lichaam van de 20-jarige voetballer uit Dieren wordt in Marburg begraven.
Waar het gezin ten Dam het verlies nog voelt van hun enige zoon ten gevolge van de oorlog, viert het dorp 2 jaar later feest. De bevrijding! Er volgen optochten door Dieren. De voetballers waar hij samen mee speelde lopen in sportkledij door de straten onder applaus van de bevolking. Een neef voetbalt er nog steeds bij zijn club.
Na de oorlog wordt Albertus herbegraven. Zijn vader geeft hiervoor toestemming aan de oorlogsgravenstichting en verzoekt om een foto van de nieuwe plek. Zijn graf komt te liggen op het ereveld in Frankfurt am Main. Hier ligt hij te midden van landgenoten in graf E125.
Als zijn voetbalclub in 2020 een boek uitbrengt ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan prijkt een oude juniorenfoto op de kaft. Het is zijn team. Albertus staat glimlachend in een rij met leeftijdsgenoten op een plaatje uit midden jaren '30. Hun wedstrijd gaat zo aanvangen, hun levens nog beginnen. ‘Hup Boys, Hup de jongens van de hei!’
Thomas Hilhorst
Geplaatst door Thomas Hilhorst op 03 januari 2026
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenNederlands Ereveld Frankfurt
vak/rij/nummer: E/1/25
Leg bloemen op dit graf




