Philip Atherton Hulse

-1944

Philip ‘Pip’ Atheron Hulse

Geallieerde Gemenebest militair

Overleden op 03-10-1944 in Utrecht 




Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Philip ‘Pip’ Arthurian Hulse

Philip Atherton ‘Pip’ HulseMilitary Service Number 3782658Begraafplaats Soestbergen, Utrecht. Plot 12D. Rij 2. Graf 16. Philip Atherton Hulse werd in 1923 in Winsford geboren als zoon van Annie en Philip Hulse. Philip ging naar de St. Georges... Lees meer

Philip Atherton ‘Pip’ Hulse

Military Service Number 3782658

Begraafplaats Soestbergen, Utrecht.

Plot 12D. Rij 2. Graf 16.

Philip Atherton Hulse werd in 1923 in Winsford geboren als zoon van Annie en Philip Hulse.

Philip ging naar de St. Georges school in Wallasey en starte daarna op jonge leeftijd zijn loopbaan als junior kantoorbediende bij General Electric Company in Liverpool. In zijn vrije tijd was Philip vaak in de lokale bioscoop te vinden en knutselde hij graag modelvliegtuigen in elkaar.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonde Philip met zijn ouders en jongere broer Bernard in Liverpool. Tijdens de Liverpool Blitz die van begin augustus 1940 tot kerst van dat jaar duurde, werd het huis waarin het gezin Hulse woonde verwoest door een Duitse voltreffer.

Het hele gezin overleefde deze aanval dankzij een schuilkelder in de achtertuin die hen bescherming bood tegen aanvallen van de Duitse Luftwaffe.

De verwoesting van hun huis in Liverpool, was voor Philip aanleiding om zich vrijwillig aan te melden bij het Welsh Fulliers Regiment. Zijn aanmelding werd echter geweigerd omdat Philip als 17 jarige tiener, te jong was om toegelaten te worden. Toen Philip 18 werd, meldde hij zich direct en met succes aan bij het Kings Own Regiment.

Na verloop van tijd sloot Philip zich aan bij de zweefvliegtuig troepen. Zeer waarschijnlijk kwam zijn besluit voort uit het feit dat de minimumleeftijd van 21 jaar die gold voor de parachutisten troepen, niet werd gehanteerd voor de zweefvliegtuig troepen.

Philip werd vervolgens ingedeeld als Bren Gunner bij B Company, 13th Platoon van het Border Regiment. Het Border Regiment maakte deel uit van de 1st Airborne Division.

Na maanden van intensieve training in South Hampton in Engeland, werd in het voorjaar van 1943 het Border Regiment naar Noord Afrika gestuurd. Zonder daadwerkelijk in actie te komen, oefende het 13th Platoon in Tunesië onder extreme temperaturen voornamelijk met zweefvliegtuigen.

Op 9 juli 1943, was het dan eindelijk zover. Om 19:00 ‘s avond klom Philip samen met de rest van de mannen uit het 13th Platoon, in twee Amerikaanse WACO gliders met Sicilië als bestemming.

Doordat de geallieerde invasievloot de overvliegende vliegtuigen en zweefvliegtuigen naar Sicilië aanzag voor vijandelijke vliegtuigen, opende het luchtafweergeschut op de geallieerde schepen, het vuur.

Dit resulteerde in paniek bij de piloten die de zweefvliegtuigen voorttrokken. Trekkabels werden te vroeg losgekoppeld, waardoor de glider waarin Philip zich bevond, Sicilië niet bereikte en een noodlanding in zee moest maken.

Na een koude en lange nacht, werd Philip in de vroege ochtend van 10 juli 1943 uit het zeewater gevist door het Britse schip de HMS Beaufort en naar Malta gebracht.

In de herfst van 1943 ontvingen Philip en de mannen van 13th Platoon het bericht dat het 1st Battalion van het Border Regiment naar Italië zou worden gestuurd. Na hun inzet in de hak van Italië stapte Philip op 17 november 1943 aan boord van het de SS Duches of Bedford, om via Algerije op 9 december 1943 om 15:00 uur in Liverpool aan te meren. Na een periode van zeven maanden was Philip weer terug in Engeland.

In de vroege ochtend van zondag 17 september 1944 wachtte Philip met de rest van de mannen van het 13th Platoon op vliegveld Broadwell in de ochtendzon op het startsein om Horsa 166 te betreden. Na maanden van training zonder daadwerkelijk in actie te komen, stond operatie Market Garden op het punt van beginnen.

Het moet een overweldigend schouwspel zijn geweest, 42 Horsa zweefvliegtuigen en 42 Dakota C-47 sleepvliegtuigen van het 575 squadron die klaarstonden om het Border Battalion die bewuste dag naar Wolfheze te transporteren.

Het Horsa zweefvliegtuig waarin Philip zich bevond was voorzien van nummer 166. Sergeant-Majoor Ian ‘Blackie’ Blackwood en Sergeant Morley ‘Taffy’ Williams hadden de nobele taak om de 28 mannen van het 13th Platoon, B Company van het 1st Battalion onderdeel van het Border Regiment, het kanaal over te vliegen en het zweefvliegtuig te landen bij Wolfheze.

Om 09:50 uur werd het startsein gegeven en kwamen de vliegtuigen in beweging. Na ruim een uur vliegen raakte de motoren van het Dakota sleepvliegtuig die Horsa 166 voorttrok, oververhit. De piloot van het Horsa zweefvliegtuig waarin Philip zich bevond, had geen andere keuze dan de vlucht naar Wolfheze af te breken en een noodlanding in te zetten. Om ongeveer 10:20 landde de Horsa van Philip veilig op een klein vliegveld in Essendon ten oosten van Hatfield. Later die middag werd de voltallige bemanning met trucks teruggebracht naar het vliegveld van Broadwell. Tot grote teleurstelling van Philip was zijn missie wederom vroegtijdig afgeblazen. Dit keer niet door een noodlanding in zee, maar op het vaste land.

Op maandag 18 september was het weer een stuk slechter dan de dag ervoor. Na uren vertraging vertrok Horsa 166 rond het middaguur dan eindelijk met versterkingen als onderdeel van de tweede lift, van het vliegveld Broadwell naar Landing Zone ‘S’ nabij Wolfheze. Om 15:00 landde het zweefvliegtuig van Philip veilig in de verste uithoek van Landing Zone ‘S’. Operatie Market Garden was nu écht begonnen.

Nadat Philip met zijn eenheid op Landing Zone ‘S’ bescherming bood aan de medische troepen die de gewonden van de tweede lift verzorgden, begon Philip rond 19:00 zijn route naar Oosterbeek. 13th Platoon zou defensieve stelling innemen op de Westerbouwing. Een strategisch gelegen heuvel ten noorden van Oosterbeek.

In de nacht van dinsdag 19 september 1944 ontving Philip orders om zich in te graven ten zuiden van de Westerbouwing. Samen met Corporaal Cyril Crickett en scherpschutter Tommy McDonald vormde Philip een verkenningseenheid en groeven zij zich in langs de verbindingsweg van de Veerweg naar het Drielse Veer.

Rond 19:00 uur diezelfde dag, ontving het 13th Platoon orders om de Veerweg te blokkeren voor eventuele Duitse aanvallen van gemotoriseerde artillerie en tanks. De verkenningseenheid waar Philip deel van uitmaakte, hield een oogje in het zeil terwijl de versperring werd aangelegd.

Later die avond kropen Philip en Cyril door het oog van de naald nadat een doelgericht salvo van Duits machinegeweervuur rakelings tussen Philip en Cyril heen vloog terwijl ze tegenover elkaar in hun schuttersput zaten. Philip en Cycril vermoedden dat de positie van hun verkenningseenheid eerder die dag door lokale bevolking was doorgegeven aan de bezetter. Het incident liep met een sisser af.

Op de vierde dag van Operatie Market Garden, woensdag 20 september 1944, arriveerden er 15 soldaten van de Royal Engineers bij de verkenningspost van Philip, Cyril en Tommy. Zij hadden de opdracht gekregen om bij de rubberfabriek die ongeveer 500 meter ten westen lag ten opzichte van de verkenningspost van Philip, op zoek te gaan naar boten en materialen die gebruikt konden worden om raften te maken. Philip, Cyril en Tommy boden de mannen van de Royal Engineers bescherming tijdens de zoektocht.

Na een zenuwslopende missie, keerde de patrouille later die bewuste middag zonder contact te maken met de vijand en helaas ook zonder bruikbaar materiaal, terug naar de eenheid van Philip. Vlak daarna werd de rust bij de Westerbouwing verstoord door overvliegende geallieerde C-47 transportvliegtuigen. De bevoorrading was begonnen! Eén van de uitgeworpen bevoorradingscontainers, landde vlak achter de schuttersput van Philip, Cyril en Tommy.

Tijdens het bergen van de bevoorradingscontainer werden de mannen van het 13th Platoon opgemerkt door de vijand die direct het vuur opende. Gelukkig slaagde de mannen van 13th Platoon erin om de bevoorradingscontainer veilig te stellen zonder dat er gewonden vielen.

Wat de mannen van het Border Regiment niet wisten, was dat in de nacht van 20 op 21 september het Duitse Wossowksy Battalion de westerzijde van de Westerbouwing had bereikt. Het battalion bestond voornamelijk uit infanterie met ondersteuning van vier buitgemaakte Franse Renault Char B tanks.

Rond de klok van 08:00 die ochtend stuitte de Duitse opmars op een confrontatie met de ingegraven troepen van het Border Battalion op de top de Westerbouwing.

Gezien de verkenningseenheid van Philip zich beneden aan de oostzijde van Westerbouwing bevonden, aanschouwden zij de confrontatie vanuit hun schuttersputten tot ongeveer 10:00.

Vanaf dat moment werd de verkenningseenheid van Philip gevraagd om de ingenomen posities van andere 13th Platoon leden op de zuidzijde van de Westerbouwing te versterken. Philip verliet samen met Cyril Crickett en Tommy McDonald zijn positie om weerstand te bieden tegen de Duitse aanval.

Tijdens de Duitse aanval was de meest zuidelijke Char B tank tot stilstand gekomen. Echter bleef de tank vuren in de bebossing om zo via boomsplinters schade aan te richten bij de mannen van 13th Platoon. Na een harde explosie die Cyrill van de Westerbouwing had afgeblazen, kom hij opnieuw naar boven. Vanaf dat moment had hij geen zicht meer op Philip en Tommy.

De situatie op de Westerbouwing werd langzamerhand onhoudbaar voor de mannen van het Border Regiment. Om verdere verliezen te voorkomen, was terugtrekken onvermijdelijk. In kleine groepjes trok 13th Platoon zich terug van de Westerbouwing richting de Benedendorpsweg.

Na de strijd op de Westerbouwing, werden de gewonden van het Border Regiment werden ondergebracht en verzorgd in een gebouw op de kruising tussen de Veerweg en de Benedendorpsweg. Pas de volgende dag, werden enkele gewonden geëvacueerd naar het Sint Antonius ziekenhuis in Utrecht.

De volgende dag op donderdag 21 september 1944, werd de balans opgemaakt wie er gewond, gedood of vermist was geraakt tijdens de slag om de Westerbouwing. Philip werd als vermist opgegeven.

Ook startte op deze dag de evacuatie van gevangen genomen en gewonde Britse troepen. Wat de meeste mannen van 13th Platoon toen nog niet wisten, was dat Philip gewond was geraakt tijdens het terugtrekken van de Westerbouwing. Philip had een rugwond opgelopen en wad daardoor verlamd en ook buiten bewustzijn geraakt.

Samen met drie andere gewonde mannen van het 13th Platoon werd Philip naar het Sint Antonius ziekenhuis in Utrecht gebracht. Al snel werd duidelijk dat de gezondheid van Philip achteruit ging. De wond aan zijn ruggengraat raakte geïnfecteerd wat uiteindelijk tot meningitis leidde. Zonder dat Philip bij bewustzijn kwam, stierf Philip, 12 dagen nadat hij gewond raakte op de Westerbouwing, op dinsdag 3 oktober 1944 in het Sint Antonius ziekenhuis te Utrecht.

Na zijn overlijden ontving de familie van Philip een Rode Kruis kaart. Op deze kaart stond geschreven:

“Dearest Mother,

I hope you were all well at home. I am in hospital but I am OK., so do not worry. A pal was writing this for me. I suppose I shall be kept prisoner when I am well but I hope it will not be long before I see you all again. So cheerio for now and God bless you.

Phil”

Het is tot vandaag de dag onduidelijk wie de kaart in naam van Philip aan zijn familie heeft gestuurd.

Philip Atherton Hulse bracht op 21 jarige leeftijd het ultieme offer voor onze vrijheid.

Duty Nobly Done. Rest in Peace.

Sluiten
Bron: Personal Research

Geplaatst door Marnix Oosterveld op 20 december 2025

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

UTRECHT (SOESTBERGEN) GENERAL CEMETERY


vak/rij/nummer:  12D/2/16
Graffoto CWGC, foto A. Fetherston

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Categorieën

Menu