Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Bommen in de achtertuin
Uit: "Bommen in de achtertuin"
Leendert van Geenen 11 juni 1925 - 21 maart 2021
Tot het bombardement op 14 mei voltrekken de oorlogsdagen in Kralingen (Rotterdam) zich verder rustig.
“We zaten met zijn allen bij elkaar. Een broer van mij kwam met zijn vrouw en kinderen naar ons toe.”
Niet lang erna gaat het luchtalarm af.
“We zaten met 12 man in huis en ik zie nog mijn moeder voor de spiegel staan. Ze stond haar lange zwarte haren te kammen. Ineens hoorden we een klap"
Nog geen 10 seconden later worden ze opgeschrikt door bommen die in de achtertuin vallen.
“De hele achtergevel werd eruit geblazen, het plafond viel omlaag en we doken allemaal weg in de voorkamer.”
Zijn moeder en zus blijken gewond. Zijn zus zo ernstig dat een broer haar tussen de bommenregen door op een kar legt en naar de hulppost rijdt. Het gezin kan intussen via het raam ontsnappen uit het beschadigde huis en bij een buurman schuilen.
“Daar wachtten we het einde van het bombardement af, waarna we met zijn allen probeerden weg te komen.”
Ze vinden een vrachtwagen waar ze moeder op hijsen en vertrekken naar Capelle aan den IJssel.
“Duizenden mensen liepen die kant op. De een met een vogelkooitje, de ander met zijn poes onder de arm en een derde had zijn huilende kind op de rug. Eén brok ellende.”
In een school krijgen ze wat te drinken en vervolgens in een kerk wat eten.
“En ’s avonds konden we in een Rijnaak in het stro liggen om te slapen."
Na vier dagen keert het gezin Van Geenen terug naar Kralingen.
“Er stond een bus klaar; wij dachten om ons terug te brengen. Maar eenmaal in de bus, moesten we een plaatsbewijs kopen. Nou ja, mijn moeder was natuurlijk haar portemonnee vergeten na dat bombardement. Ze had een wond aan haar been en kon niet lopen. Gelukkig heeft toen iemand van de kerk een kaartje voor ons betaald. Anders waren we zo uit de bus gezet. Ik vind dat nog steeds te gek voor woorden.”
Vader Van Geenen kan een huis verderop in de Lambertusstraat huren. De gemeente biedt het gezin een kachel, een tafel en vijf stoelen aan.
“We waren met zijn achten, de rest moest maar bij elkaar op schoot gaan zitten, of zo. Maar ja, we hadden tenminste iets. We konden er wonen.”
Ze gaan op zoek naar zijn zus, maar het duurt een tijd voor ze iets van haar vernemen.
“We gingen alle ziekenhuizen af maar nergens wisten ze iets. Na drie weken kwam een verpleegster van het Sint Fransiscus langs. In het ziekenhuis had ze een ring en 2 oorbellen, maar ze wist niet zeker van wie die waren. Mijn vader en ik zijn gaan kijken en het bleken inderdaad sieraden van mijn zus te zijn.
Ze was diezelfde avond na het bombardement overleden en in een massagraf gedumpt. Ik weet waar ze ligt en ik ga er nog regelmatig naartoe.”
-Sander Grip- https://gersrotterdam.nl/
Geplaatst door Ruud Van Willigen op 25 april 2026