Bijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Korporaal Meindert Bottenburg - De eerste Nederlandse soldaat die in de gemeente Zweeloo viel in de Tweede Wereldoorlog.
Korporaal Meindert Bottenburg (27-11-1909 - 10-05-1940)
De eerste Nederlandse soldaat die in de gemeente Zweeloo viel in de Tweede Wereldoorlog.
Auteur: Jan Warmolts
In Oorlogsherinneringen van een dorpsburgemeester beschreef de toenmalige burgemeester Antonie Kleijn van de gemeente Zweeloo o.a. de gebeurtenissen van de eerste oorlogsdag. Burgemeester Kleijn schreef het boek op zijn onderduikadres in Ede. Direct na de bevrijding in 1945 keerde hij op zijn post terug. Antonie Kleijn was burgemeester van Zweeloo van 1935 tot 1946.
Op de eerste oorlogsdag in Zweeloo viel Korporaal Bottenburg (M.C.-I-36 R.I.). Het gevecht vond plaats aan het Wheempad, dat toen nog doorliep tot aan de begraafplaats achter de kerk. Een andere militair werd zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis in Emmen en is later aan zijn verwondingen overleden. Zijn naam is niet bekend.
Meindert Bottenburg uit Amersfoort was getrouwd met Aleida Carolina Maria Kaspers. Zijn oorlogsgraf bevindt zich op de begraafplaats in Zweeloo.
10 mei 1940
De grensstrook zou niet worden verdedigd. De enkele kazematten die er lagen en de versperringen hier en daar, dienden alleen om de aftocht van de grenstroepen te dekken: ze waren er slechts ter bescherming van de afdeling, wier taak het was de bruggen op te blazen. Ze zouden de vijand wat belemmeren in zijn bewegingen, maar hem slechts heel kort tegenhouden. De eigenlijke verdedigingslinies lagen veel verder landinwaarts. Daarheen moesten de troepen terugtrekken. Reeds lang van te voren stond dit alles vast. In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel de vijand overal tegelijk, in Noord en Zuid ons land binnen. Het aanhoudende geronk van vliegtuigmotoren kondigde aan, dat wij ook ons deel zouden krijgen van oorlogsgeweld en oorlogsellende. Met één slag kwam een einde aan ons rustige bestaan. De stralende lentemorgen maakte het moeilijk dit voluit te beseffen. Maar het gedreun van de zware ontploffingen, die de bruggen ineen deden storten, het keer op keer in razende vaart voorbij vliegen van motorordon-nansen en militaire vrachtauto’s maakte het steeds duidelijker, dat het nu zover was: dat ook wij in oorlog waren. In snel tempo begonnen de onzen zich terug te trekken. Telkens passeerden groepen wielrijders, die zich westwaarts spoedden. Dan even een moment van strijd. Plotseling op een wegkruising stootten beide partijen op elkaar, Duitsers uit het noorden, Nederlanders uit het zuiden, allen op fietsen. Enkele geweerschoten knalden, geweerkogels floten door het dorp, een ruit viel kletterend in stukken. Heel kort duurde de schermutseling maar. Er viel een dode, enkele gewonden en er werden wat krijgsgevangenen gemaakt. En daarna keerde de rust weer, onwezenlijk, maar volkomen. De gevangenen bleven onder bewaking achter in de tuin van het dorpscafé. Ze zaten er in het gras, onder de bloeiende kastanjes. De zon straalde. Maar ze zaten er met bedrukte gezichten, onzeker wat er met hen zou gebeuren. Ze rook-ten wat en schreven briefjes naar huis. Burgers deden ze voor hen op de post. En verder zaten ze maar wat te piekeren: over de oorlog, over hun gesneuvelde kameraad, over thuis, over allerlei kleinigheden die na vandaag allemaal anders zouden worden. Ze koesterden zich wat in de zon, maar ze wilden niet recht warm worden. Om zes uur werd de gesneuvelde soldaat begraven. Door zijn kameraden werd hij naar zijn laatste rustplaats gedragen. Ongewapend waren ze en neerslachtig. Ze liepen keurig in de pas in een lange rij, maar hun stap klonk moe, gedempt. De beide Duitse soldaten die ter bewaking werden achtergelaten, marcheerden mee in de stoet. Stram liepen zij met hun geweer. Ze keken nors en zagen er moe uit. Men kon hen aanzien dat ze op hun Poolse veldtocht al veel hadden meegemaakt. Dan volgden burgers en boeren in zwarte pakken. Nog altijd straalde de dag. Overal hing seringengeur.
Onder de treuresch op het kerkhof, aan de voet van de oude kerk was het graf gegraven. Langzaam daalde de kist in het gele zand. De dominee sprak enkele korte woorden. Ontroerend klonk het tussen de avondstille graven. Elk der beide Duitse soldaten loste een saluutschot. De korte knallen weerklonken dof in de groeve. De korte plechtigheid was ten einde. We gingen huiswaarts. De gevangenen marcheerden terug naar hun tuin. Licht gebogen gingen zij, wat sloffend hun gang.
Bron -Â Archief J. Warmolts.
Literatuur - Ontleend aan: Oorlogsherinneringen van een dorpsburgemeester, A. Kleijn Prent uit Oorlogsherinneringen van een dorpsburgemeester, A. Kleijn.
Foto's -Â F. Kuipers
Alle rechten voorbehouden
Geplaatst door H.V.Z. Historische Vereniging Zweeloo op 15 juli 2025




