Leendert Boers

1914-1940

Leendert Boers

Oorlogsslachtoffer

Is 26 jaar geworden

Geboren op 01-03-1914 in Rotterdam 

Overleden op 21-05-1940 in Rotterdam 



Militair onderdeel

Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Een laatste rustplaats op Crooswijk

Na zijn verwonding bij Waalhaven vocht Leendert Boers nog elf dagen voor zijn leven in het Zuiderziekenhuis. Op 21 mei 1940, om 07:10 in de ochtend, overleed hij in Rotterdam aan zijn verwondingen. Hij was 26 jaar oud.Drie dagen later, op 24 mei... Lees meer

Na zijn verwonding bij Waalhaven vocht Leendert Boers nog elf dagen voor zijn leven in het Zuiderziekenhuis. Op 21 mei 1940, om 07:10 in de ochtend, overleed hij in Rotterdam aan zijn verwondingen. Hij was 26 jaar oud.

Drie dagen later, op 24 mei 1940, werd hij begraven op Begraafplaats Crooswijk. Zijn eerste graf lag in vak KK, rij 37, graf 93. Daarmee kreeg Leendert een laatste rustplaats in de stad waarin hij was geboren, had gewerkt, getrouwd was, vader was geworden en uiteindelijk was gestorven.

Voor zijn familie moet dit afscheid zwaar zijn geweest. Zijn vrouw Maria Ida verloor haar man. Zijn dochter Willemina verloor haar vader nog voordat zij drie jaar oud werd. Zijn vader Job Jacobus verloor een zoon. Zijn moeder Willemina Winkelhof had dit verdriet niet meer meegemaakt. Zij was in 1938 overleden.

Een begrafenis na de meidagen van 1940 was niet zomaar een familiegebeurtenis. Rotterdam was getroffen door oorlog, bombardement, verwoesting en bezetting. De stad waarin Leendert had geleefd, was in korte tijd veranderd. De familie moest verder met een lege plaats die niet meer werd opgevuld. Terwijl families hun doden begroeven, moest het gewone leven tegelijk verder onder totaal nieuwe omstandigheden.

Op 24 oktober 1951 werd Leendert herbegraven. Zijn stoffelijke resten werden overgebracht van vak KK, rij 37, graf 93 naar vak P, rij 2, graf 86 op dezelfde begraafplaats Crooswijk. Ruim elf jaar na zijn overlijden werd zijn rustplaats dus opnieuw vastgelegd.

Het laat zien dat ook na de oorlog de zorg voor oorlogsslachtoffers doorging. Graven werden gecontroleerd, geregistreerd, verplaatst en opnieuw onderdeel gemaakt van een blijvende herinnering.

Voor Leendert is tot nu toe geen afzonderlijk monument of specifieke herdenking gevonden. Juist daarom is het belangrijk dat zijn naam opnieuw wordt genoemd. Niet iedere oorlogsslachtoffer heeft een groot monument. Niet ieder verhaal is vanzelf bewaard gebleven. Sommige levens moeten stukje voor stukje worden teruggevonden.

Het graf op Crooswijk is daarom niet het einde van zijn verhaal, maar een plek waar het verhaal opnieuw kan beginnen. Wie daar zijn naam leest, leest niet alleen de naam van een militair. Men leest de naam van een jonge Rotterdammer, een echtgenoot, een vader en een zoon.

Leendert Boers rust op Crooswijk.

Maar zijn verhaal mag blijven leven.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 06 juni 2026

De straten van zijn leven

Voordat Leendert Boers een naam werd op een verlieslijst, voordat hij korporaal werd in de meidagen van 1940, en voordat zijn graf op Crooswijk kwam te liggen, was hij vooral een Rotterdammert.Zijn leven begon op 1 maart 1914 aan de Breede... Lees meer

Voordat Leendert Boers een naam werd op een verlieslijst, voordat hij korporaal werd in de meidagen van 1940, en voordat zijn graf op Crooswijk kwam te liggen, was hij vooral een Rotterdammert.

Zijn leven begon op 1 maart 1914 aan de Breede Hilledijk 11B in Rotterdam. Dat was zijn geboorteadres. Daar begon het verhaal van een jongen die zou opgroeien in Rotterdam-Zuid, tussen gezinnen, werkplaatsen, winkels, straten en havens. Zijn vader, Job Jacobus Boers, werkte als havenarbeider en later als vleeschhouwer. Zijn moeder, Willemina Winkelhof, zorgde voor het gezin. Leendert groeide op met meerdere broers en zussen om zich heen.

De adressen uit zijn leven vormen samen bijna een routekaart door Rotterdam-Zuid. Na de Breede Hilledijk woonde hij aan de Veldstraat 65A. Later volgde de Reepstraat 25B. Het zijn adressen die op papier misschien eenvoudig lijken, maar ze brengen hem dichterbij. Ze laten zien waar zijn jeugd zich afspeelde, waar hij thuiskwam, waar zijn familie woonde en waar zijn gewone leven zich voltrok.

Op 2 december 1936 trouwde Leendert met Maria Ida Knippel. Vanaf dat moment begon een nieuw hoofdstuk. Hij was niet langer alleen zoon en broertje, maar ook echtgenoot. Het jonge paar woonde aan de Wielerstraat 8B. Daar werd hun dochter Willemina geboren. Leendert werd vader.

Daarna verhuisde het gezin nog enkele keren. Ze woonden aan de Hilledijk 295A, daarna aan de Reepstraat 8B en uiteindelijk aan de Lange Hilledijk 55A. Dat laatste adres was zijn adres op het moment van zijn overlijden.

Juist die woonadressen maken zijn verhaal tastbaar. Oorlogsgeschiedenis kan snel groot en afstandelijk worden: legereenheden, vliegvelden, bevelen, gevechten en verlieslijsten. Maar adressen brengen iemand terug naar het gewone leven. Naar een voordeur. Naar een trap. Naar een straat waar buren elkaar kenden. Naar een woning waar een jonge vader thuiskwam bij zijn vrouw en kind.

Leendert werkte als vleeschhouwer. Ook dat zegt iets over zijn dagelijkse bestaan. Hij was geen man die alleen in militaire termen begrepen kan worden. Hij had werk, een gezin, familieverplichtingen en een plek in de stad. Zijn leven speelde zich af in dezelfde Rotterdamse straten waar duizenden gewone mensen hun bestaan probeerden op te bouwen.

Zijn dood op 21 mei 1940 maakte abrupt een einde aan dat leven. Maar wie zijn adressen volgt, ziet dat hij méér was dan de dag waarop hij gewond raakte. Zijn verhaal begon lang vóór de oorlog.

Het begon thuis.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 04 juni 2026

Elf dagen in het Zuiderziekenhuis

Na de gevechten bij vliegveld Waalhaven op 10 mei 1940 werd Leendert Boers niet als gesneuvelde van het slagveld gedragen. Hij leefde nog. Zwaargewond, maar levend.Tijdens de bestorming door Duitse parachutisten aan de noordzijde van de... Lees meer

Na de gevechten bij vliegveld Waalhaven op 10 mei 1940 werd Leendert Boers niet als gesneuvelde van het slagveld gedragen. Hij leefde nog. Zwaargewond, maar levend.

Tijdens de bestorming door Duitse parachutisten aan de noordzijde van de verdediging raakte hij getroffen door vijandelijk vuur. De kogel verwondde zijn long. In de gegevens die tot nu toe bekend zijn, wordt zijn verwonding omschreven als een schotwond in de long. Het is een korte omschrijving, maar achter die woorden moet een enorme lichamelijke strijd zijn schuilgegaan.

Leendert werd overgebracht naar het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. Daarmee verplaatste zijn verhaal zich van de verdediging van Waalhaven naar een ziekenhuisbed. Niet langer stond hij als korporaal in een stelling bij de hoofdingang van het vliegveld, maar lag hij als zwaargewonde man in een stad die zelf in oorlog verkeerde.

Over zijn ziekenhuisperiode weten we nog weinig. Dat is misschien wel een van de moeilijkste onderdelen van dit onderzoek. Er zijn helaas geen ziekenhuisarchieven gevonden bij het Stadsarchief Rotterdam die vertellen op welke afdeling hij lag, welke arts hem behandelde, welke zorg hij kreeg, of zijn familie hem heeft kunnen bezoeken. Daardoor blijven juist de meest persoonlijke dagen van zijn laatste levensfase grotendeels stil.

Maar stilte betekent niet dat er niets is gebeurd.

Tussen 10 mei en 21 mei 1940 lagen elf dagen. Elf dagen waarin Leendert nog leefde. Elf dagen waarin zijn vrouw Maria Ida mogelijk hoopte dat hij het zou redden. Elf dagen waarin zijn dochtertje Willemina, nog geen drie jaar oud, waarschijnlijk niet kon begrijpen wat er met haar vader aan de hand was. Elf dagen waarin zijn familie moet hebben gewacht op berichten, terwijl Rotterdam zelf werd getroffen door oorlog, verwoesting en bezetting.

Die periode verdient aandacht, juist omdat er zo weinig van bewaard lijkt te zijn. Het ontbreken van een ziekenhuisrapport maakt zijn lijden niet minder werkelijk. Het ontbreken van een naam van een arts maakt zijn strijd niet minder zwaar. En het ontbreken van een persoonlijk getuigenis betekent niet dat zijn laatste dagen vergeten mogen worden.

Leendert Boers vocht op 10 mei bij Waalhaven. Daarna vocht hij nog elf dagen voor zijn leven.

Op 21 mei 1940, om 07:10 in de ochtend, overleed hij in Rotterdam aan zijn verwondingen. Hij was 26 jaar oud.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 04 juni 2026

10 mei 1940: gewond bij de verdediging van Waalhaven

Er is geen sluitend bewijs dat het verhaal hieronder exact zo is verlopen. Leendert Boers wordt in het gevechtsverslag van reserve 1e luitenant Hoeksema niet bij naam genoemd, en ook de precieze minuut waarop hij gewond raakte is op basis van de... Lees meer

Er is geen sluitend bewijs dat het verhaal hieronder exact zo is verlopen. Leendert Boers wordt in het gevechtsverslag van reserve 1e luitenant Hoeksema niet bij naam genoemd, en ook de precieze minuut waarop hij gewond raakte is op basis van de beschikbare gegevens niet met zekerheid vast te stellen. Wat dit wél is, is een zorgvuldige reconstructie op basis van meerdere gegevens die elkaar raken: zijn bekende indeling bij 51 Peloton Luchtmitrailleurs, de ligging van deze opstelling aan de noordoostzijde van vliegveld Waalhaven bij de hoofdingang, de beschrijving van de aanval op Waalhaven op 10 mei 1940, en het gevechtsverslag van Hoeksema over wat hij daar aantrof en meemaakte.


Daarom moet dit verhaal worden gelezen als een historische benadering: niet als een letterlijk bewezen verslag van Leenderts laatste uren aan het front, maar als een reconstructie die waarschijnlijk dicht in de buurt komt van wat hij heeft meegemaakt voordat hij gewond in het Zuiderziekenhuis terechtkwam.


In de vroege ochtend van 10 mei 1940 bevond korporaal Leendert Boers zich vermoedelijk op één van de meest kwetsbare plekken van Rotterdam: bij vliegveld Waalhaven. Hij behoorde organiek tot 110 Batterij Luchtdoelartillerie, maar had zakenverlof en moest zich bij alarm melden bij 13 Compagnie Luchtdoelmitrailleurs. Daardoor kwam hij terecht bij 51 Peloton LuMi, opgesteld aan de noordoostzijde van het vliegveld, bij de hoofdingang.


Die plek was allesbehalve toevallig. Waalhaven was een strategisch doelwit. Wie het vliegveld beheerste, had een toegangspoort tot Rotterdam en het gebied ten zuiden van de Maas in handen. Voor de Duitse aanvalsmacht was het vliegveld van groot belang. Voor de Nederlandse verdedigers betekende dit dat de mannen rond Waalhaven, onder wie Leendert, al in de allereerste uren van de oorlog in de frontlijn kwamen te staan.


13 Compagnie Luchtdoelmitrailleurs stond onder bevel van reserve kapitein Van Rijswijk en bestond uit acht pelotons, genummerd 49 tot en met 56. Deze pelotons waren verspreid over IJsselmonde en de omgeving. Bij Waalhaven stonden de pelotons 49, 50 en 51. De pelotons 49 en 51 beschikten elk over twee stukken 2 cm Scotti en vier zware M.25 mitrailleurs. Het 50e peloton had alleen vier zware mitrailleurs. Leendert bevond zich dus niet bij een gewone infanteriepost, maar bij een luchtdoelopstelling die bedoeld was om laagvliegende vijandelijke vliegtuigen te bestrijden.


De nacht van 9 op 10 mei moet gespannen zijn geweest. Volgens het verslag van luitenant Hoeksema kwamen er rond drie uur ’s nachts meldingen binnen van de luchtwacht dat zwermen vliegtuigen vanuit oostelijke richting over Nederland vlogen. Aanvankelijk was nog niet voor iedereen duidelijk wat dit betekende. Nederland was officieel nog niet in oorlog. Toch zullen de mannen bij de opstellingen hebben gevoeld dat er iets uitzonderlijks gaande was. De stilte van de nacht werd verbroken door vliegtuigmotoren, meldingen, commando’s en haastige voorbereidingen.


Hoeksema kreeg opdracht om de pelotons te controleren. Nadat hij verschillende andere pelotons had bezocht, reed hij via het 50e peloton langs Waalhaven naar het 51e peloton, dat bij de ingang van het vliegveld lag. Dat is precies de omgeving waar Leendert volgens de bekende informatie geplaatst was. Toen Hoeksema rond half vier in de buurt van het vliegveld kwam, zag hij boven Waalhaven twee vliegtuigen. Eerst dacht hij nog dat het Nederlandse G.I’s waren. Pas toen de bommen vielen, werd duidelijk dat het Duitse toestellen waren.


Voor Leendert en zijn kameraden moet dat het moment zijn geweest waarop de oorlog in één klap werkelijkheid werd. Geen oefening, geen alarm, geen onzeker bericht meer, maar bommen op het vliegveld waar zij stonden opgesteld. De gebouwen op Waalhaven werden getroffen en raakten in brand. Rook, lawaai, explosies en rondvliegend puin zullen het zicht en het handelen hebben bemoeilijkt. Toch schrijft Hoeksema dat bij het 51e peloton “alles al in gereedheid” was. De mannen stonden dus klaar. De wapens waren bemand. De verdediging kwam op gang.


De manschappen van 51 Peloton openden vuur op Duitse vliegtuigen die binnen bereik kwamen. Dat detail maakt het verhaal van Leendert bijzonder indringend. Hoeksema schrijft dat de bedieningsmanschappen nooit eerder met scherp hadden gevuurd, maar dat zij desondanks hun uiterste best deden. Dat betekent dat mannen als Leendert waarschijnlijk in een situatie terechtkwamen waarvoor zij wel waren opgeleid, maar die zij nooit werkelijk hadden ervaren. Opeens moesten zij onder oorlogsomstandigheden doen waarvoor eerder alleen was geoefend.


De overmacht was enorm. Volgens Hoeksema zijn er, naar Duitse opgave, momenten geweest waarop 81 vliegtuigen boven hen waren. De Nederlandse verdedigers bij Waalhaven stonden dus tegenover een grootschalige luchtlandingsoperatie. Terwijl de vliegtuigen overkwamen, werd het vliegveld gebombardeerd. Tegelijk moesten de luchtdoelmitrailleurs en 2 cm stukken blijven vuren zolang er munitie was.


Die munitie was een groot probleem. Normaal was er maar een beperkte voorraad granaten aanwezig, ongeveer 96 per stuk. Hoeksema gaf direct opdracht om extra munitie te halen. Daarbij hielpen manschappen van het detachement Jagers. Maar veel munitie kon niet meer uit gebouwen op het vliegveld worden gehaald, omdat die inmiddels in brand stonden. De verdediging werd dus al snel een strijd tegen meerdere problemen tegelijk: vijandelijke vliegtuigen, brand, verwarring, beperkte munitie en het naderen van Duitse parachutisten.


Aanvankelijk lag de nadruk op de luchtaanval. De stukken van 51 Peloton vuurden tot de munitie op was. Ook de zware mitrailleurs schoten een tijdlang op vliegtuigen. Het is niet zeker bij welk wapen Leendert precies stond, maar als korporaal binnen deze opstelling kan hij een leidinggevende of uitvoerende rol hebben gehad bij de bediening, de munitievoorziening, de vuurdiscipline of de positie rond de mitrailleurs. Wat zijn exacte taak ook was, hij bevond zich in een opstelling die actief deelnam aan de verdediging van Waalhaven.


Daarna veranderde de dreiging. Niet alleen vliegtuigen waren het gevaar; Duitse parachutisten kwamen op de grond in actie. Volgens Hoeksema werden parachutisten die vanuit hun opstelling zichtbaar waren niet door de twee stukken beschoten, omdat zij achter bomen aan de Charloisse Lagedijk daalden. Maar de strijd verplaatste zich snel van de lucht naar de randen van het vliegveld. Voor de mannen bij de noordoostzijde moet dit een angstige omslag zijn geweest. Eerst keken zij omhoog, naar vliegtuigen en bommen. Kort daarna moesten zij rekening houden met vijandelijke militairen die vanaf de grond naderden.


Volgens de aanvullende informatie raakte Leendert gewond door een schotwond in zijn long tijdens een bestorming door parachutisten van de noordzijde van de defensie. Deze parachutisten lagen, vanuit het veld gezien, achter de schutting. Dat past bij een situatie waarin de Nederlandse opstelling van 51 Peloton niet alleen door luchtmacht werd aangevallen, maar ook vanaf de grond onder druk kwam te staan. De vijand naderde niet open en zichtbaar over een leeg veld, maar maakte gebruik van dekking. Een schutting, mitrailleurputten, bebouwing en de rand van het vliegveld konden allemaal bijdragen aan een chaotisch en gevaarlijk gevechtsbeeld.


Het moment waarop Leendert werd geraakt, moet in die fase hebben gelegen: nadat de aanval op Waalhaven begonnen was, terwijl de Nederlandse verdediging onder druk stond en parachutisten de noordzijde van de defensie bestormden. Een schotwond in de long wijst op een ernstig en levensbedreigend letsel. Hij zal vrijwel direct benauwd zijn geworden, mogelijk bloed hebben opgehoest en snel verzwakt zijn. Voor zijn kameraden moet duidelijk zijn geweest dat hij zwaar gewond was.


In het verslag van Hoeksema wordt beschreven dat, toen de munitie van de stukken was verschoten, een groep van ongeveer tien man dekking zocht tegen de wal van Waalhaven. Die dekking beschermde alleen tegen frontaal vuur. Kort daarna werd gemeld dat de Duitsers naderden. Hoeksema zag Duitse militairen langs Waalhaven aankomen, gedekt door mitrailleurputten. Omdat de Duitsers over veel meer snelvuurwapens beschikten en zijn eigen kleine groep onvoldoende geoefend en kwetsbaar opgesteld was, besloot hij zich over te geven om nutteloos bloedvergieten te voorkomen.


Of Leendert op dat exacte moment nog bij deze groep was, al gewond was afgevoerd, of elders binnen de opstelling lag, kan op basis van dit verslag niet met zekerheid worden gezegd. Maar het verslag laat wel zien in welke omstandigheden zijn verwonding zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden: een klein Nederlands peloton, onder zware druk, met beperkte munitie, na bombardementen en brand, terwijl Duitse luchtlandingstroepen vanaf de grond oprukten.


Leendert overleed niet op het vliegveld zelf. Hij leefde nog na 10 mei en kwam uiteindelijk terecht in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. Dat betekent dat hij na zijn verwonding nog is afgevoerd of overgebracht, waarschijnlijk via een verbandplaats, medische hulpketen of noodtransport. Over die route ontbreekt vooralsnog het sluitende bewijs. Juist dat maakt zijn verhaal extra aangrijpend: tussen het moment waarop hij werd geraakt en zijn overlijden op 21 mei liggen elf dagen waarin hij gewond, waarschijnlijk ernstig verzwakt en onder medische behandeling was.

De kern van deze reconstructie is daarom niet dat we elke seconde van Leenderts dag kennen. Dat doen we niet. De kern is dat de bronnen samen een duidelijk beeld geven van de omgeving waarin hij zich bevond en van de strijd waarin hij gewond raakte. Binnen die grenzen mogen we met voorzichtigheid zeggen: dit moet ongeveer de wereld zijn geweest waarin Leendert Boers zijn laatste uren aan het front heeft beleefd.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 03 juni 2026

Van dienstplichtige tot korporaal

Het militaire verhaal van Leendert Boers begon niet pas op 10 mei 1940. Al op 2 januari 1934 werd hij ingelijfd bij het Korps Luchtdoel Artillerie. Hij was toen negentien jaar oud. Een jonge Rotterdammer die zijn dienstplicht vervulde in een tijd... Lees meer

Het militaire verhaal van Leendert Boers begon niet pas op 10 mei 1940. Al op 2 januari 1934 werd hij ingelijfd bij het Korps Luchtdoel Artillerie. Hij was toen negentien jaar oud. Een jonge Rotterdammer die zijn dienstplicht vervulde in een tijd waarin Europa steeds onrustiger werd.

De jaren dertig stonden in het teken van groeiende dreiging. Nederland hield vast aan neutraliteit, maar de oorlogsdreiging werd steeds voelbaarder. Vooral de dreiging vanuit de lucht werd belangrijker. Moderne oorlogvoering betekende dat vliegvelden, steden, bruggen en havens vanuit de lucht konden worden aangevallen. Daarom speelde de luchtdoelartillerie een belangrijke rol in de verdediging van het land.

Leendert diende bij de luchtdoelartillerie en werd op 16 juni 1934 korporaal. Dat was geen onbelangrijk detail. Als korporaal had hij verantwoordelijkheid. Hij was niet alleen iemand die bevelen opvolgde, maar ook iemand die binnen zijn onderdeel een leidende positie had ten opzichte van andere manschappen.

Op 15 juni 1938 werd hij als korporaal overgeplaatst naar het 2e Regiment Luchtdoelartillerie. In zijn dossier staat hij vermeld als dienstplichtig korporaal bij de Koninklijke Landmacht. Zijn officiële onderdeel was 110 Batterij Luchtdoelartillerie.

Toch zou hij tijdens de meidagen van 1940 op een andere plek terechtkomen dan die vermelding op het eerste gezicht doet vermoeden. Leendert had zakenverlof en moest zich in geval van alarm melden bij de 13e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs. Daardoor bevond hij zich op 10 mei 1940 bij de verdediging van vliegveld Waalhaven.

Dat is een belangrijk stuk van zijn verhaal. Oorlogsgeschiedenis verloopt vaak niet netjes volgens de administratieve lijnen van een dossier. Een man kan officieel tot de ene eenheid behoren, maar door verlofregelingen, alarmorders en acute omstandigheden op een andere plek worden ingezet. *Zo stond Leendert op de ochtend van de Duitse inval bij 51 Peloton Luchtdoelmitrailleurs, aan de noordoostzijde van vliegveld Waalhaven, bij de hoofdingang.

Daar werd hij niet alleen militair onderdeel van een verdedigingslinie. Hij werd onderdeel van een van de eerste en hevigste gevechten rond Rotterdam. Terwijl zijn vrouw Maria Ida en zijn dochtertje Willemina thuis waren, stond Leendert op een plek waar de oorlog met volle kracht begon.

Zijn militaire gegevens vertellen dus meer dan alleen feiten. Ze laten zien hoe een jonge vader uit Rotterdam, opgeleid binnen de luchtdoelartillerie, terechtkwam op een cruciale plek in de Nederlandse verdediging.

* Deze bron moet nog geverifieerd worden.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 03 juni 2026

Leendert Boers: zoon van Rotterdam, man van Maria, vader van Willemina

Achter de naam Leendert Boers schuilt veel meer dan een militaire rang, een datum of een grafnummer. Hij was geen naam in een verlieslijst. Hij was een mens. Een Rotterdammer. Een zoon, een broer, een echtgenoot en een vader.Leendert werd geboren... Lees meer

Achter de naam Leendert Boers schuilt veel meer dan een militaire rang, een datum of een grafnummer. Hij was geen naam in een verlieslijst. Hij was een mens. Een Rotterdammer. Een zoon, een broer, een echtgenoot en een vader.

Leendert werd geboren op 1 maart 1914 in Rotterdam, aan de Breede Hilledijk 11B. Hij groeide op in een stad van arbeid, havenleven en gezinnen die hun bestaan met hard werken opbouwden. Zijn vader, Job Jacobus Boers, was havenarbeider. Zijn moeder, Willemina Winkelhof, had geen beroep vermeld staan. Samen vormden zij het gezin waarin Leendert opgroeide, tussen broers en zussen: Hendrika Saartje, Maartje, Frederika Johanna, Neeltje en Frederik Jan.

Die familiegegevens lijken op papier misschien eenvoudig, maar ze geven Leendert zijn plaats terug. Hij kwam uit een echt gezin, uit een Rotterdamse omgeving, uit een wereld waarin werk, familie en geloof belangrijk waren. Hij was Nederlands Hervormd en werkte later als vleeschhouwer. Daarmee stond hij midden in het gewone leven van voor de oorlog.

Op 2 december 1936 trouwde Leendert met Maria Ida Knippel. Hij was toen 22 jaar oud. Nog geen jaar later, op 31 mei 1937, werd hun dochter Willemina geboren. Leendert was dus niet alleen een jonge echtgenoot, maar ook een vader. Toen de oorlog Nederland bereikte, had hij thuis een vrouw en een klein dochtertje.

Dat maakt zijn verhaal bijzonder aangrijpend. Want wanneer we spreken over een gesneuvelde militair, denken we vaak aan de strijd, het uniform en het slagveld. Maar achter dat uniform zat een jonge vader van 26 jaar. Een man die waarschijnlijk net bezig was zijn eigen gezin op te bouwen. Een man met verantwoordelijkheden, met toekomstplannen, met mensen die op hem wachtten.

Zijn leven werd abrupt verbonden aan de meidagen van 1940. Niet omdat hij de geschiedenis zocht, maar omdat de geschiedenis hem inhaalde. *De Duitse aanval op Nederland bracht hem naar de verdediging van vliegveld Waalhaven, een van de plekken waar Rotterdam op 10 mei 1940 direct werd meegesleurd in de oorlog.*

Wie vandaag zijn naam leest, moet daarom meer zien dan alleen: “Korporaal Leendert Boers, overleden 21 mei 1940.” Men moet ook zien: de zoon van Job Jacobus en Willemina. De broer uit een Rotterdams gezin. De man van Maria Ida. De vader van kleine Willemina.

Leendert Boers was 26 jaar oud toen hij overleed. 

* Deze bron moet nog geverifieerd worden.

Sluiten

Geplaatst door Lars Kalmeijer op 03 juni 2026

Notities

Reserve kapitein Van Rijswijk was commandant van de uit acht pelotons bestaande 13e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs. Dat waren de pelotons 49 t/m 56, en deze waren verdeeld over IJsselmonde, met twee pelotons aan de noordzijde van de Nieuwe... Lees meer

Reserve kapitein Van Rijswijk was commandant van de uit acht pelotons bestaande 13e Compagnie Luchtdoelmitrailleurs. Dat waren de pelotons 49 t/m 56, en deze waren verdeeld over IJsselmonde, met twee pelotons aan de noordzijde van de Nieuwe Waterweg. Bij de vliegbasis Waalhaven stonden de pelotons 49, 50 en 51. Daarvan waren 49 en 51 Pel LuMi met elk 2 stukken 2 cm Scotti en vier M.25 zware mitrailleurs uitgerust en het 50e had alleen de laatste vier mitrailleurs. Het stafkwartier van de C-13 Cie LuMi was gevestigd in het dorp Pernis.

Korporaal Boers behoorde organiek tot 110 Bt LuA, maar had zakenverlof en moest zich in geval van alarm bij 13 Cie LuMi melden. Zodoende was hij op 10 mei 1940 in de opstelling van 51 Pel LuMi, aan de noordoostzijde van het vliegveld bij de hoofdingang.
Hij raakte gewond aan de rug tijdens bestorming door parachutisten van de noordzijde van de defensie, die (vanuit het veld) achter de schutting lag.

Korporaal Boers overleed tenslotte op 21 mei aan zijn verwondingen in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam

Sluiten

Geplaatst door Vincent Quast op 02 mei 2026

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Gem. Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam


vak/rij/nummer:  P/2/86
L.Boers.jpg

Ligging: Militair Erehof

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Nationaal archief

Bekijk persoonsdossier
Menu