Wilhelmus Jozefus Verspaget
1915-1942
Oorlogsslachtoffer
Is 26 jaar geworden
Geboren op 18-12-1915 in Heerlen
Overleden op 19-04-1942 in Leusden, kamp Amersfoort
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Van de kermis naar Kamp Amersfoort
,,Man, hoe is het mogelijk dat jij nog leeft!'', zegt medegevangene Dirk Folmer tegen Willem Verspaget. Elke dag krijgt hij klappen van bewakers en moet hij voor straf urenlang doodstil staan. Bij elke beweging krijgt hij een dreun. En dat alleen, omdat hij woonwagenbewoner is.
Verspaget is het vierde kind (van de dertien) van ‘Rooie Carel’. Die gaat als kermisexploitant met een luchtschommel braderieën af. Buiten het seizoen handelt hij in textiel, hazen- en konijnenvellen, lompen en oude metalen. Het gezin trekt in een woonwagen door Limburg. Naar school gaan de kinderen niet. Rekenen leert Verspaget van zijn vader. Die instrueert hem ook dat je bij een boer die appels plukt, best vriendelijk mag ‘schooien’ (bedelen), maar pikken is ontoelaatbaar.
Soms wordt Verspaget ‘zigeuner’ of ‘schooier’ genoemd. Pas als ze hem voor ‘mof’ uitschelden, mag hij van zijn vader boos worden. Om de eer te verdedigen van zijn moeder, Emma Schaefer, die in Duitsland is geboren.
Verspaget treedt in de voetsporen van zijn vader: hij wordt schiettentexploitant en klust bij als ‘koopman’. Op zijn 21ste trouwt hij met Gertruda Mager. Onder de huwelijksakte staat vermeld dat ze niet kunnen schrijven. Willem en Gertruda vestigen zich in Sittard in een woonwagen. Ze krijgen twee dochters. De jongste sterft al na een maand.
Van straat geplukt
Op dinsdagochtend 9 september 1941 is Verspaget met zijn oudere broer Jozup in Maastricht. De één gaat verf kopen, de ander bezoekt de kapper. Diezelfde dag komt de bezetter in actie tegen zwarthandel en smokkelpraktijken. De Sicherheitspolizei en de gemeentepolitie pakken 67 personen op. De broers Verspaget worden van straat geplukt, omdat ze kermisexploitant zijn en in een woonwagen leven.
Twee dagen later gaan ze op transport. Ook hun geestelijk gehandicapte neef Gustavus Damen is erbij. Met 51 andere mannen komen ze terecht in het pas geopende Kamp Amersfoort. Neef Gustavus krijgt nummer 550 toegewezen, Verspaget ontvangt een lapje stof met nummer 570. Hij komt terecht in een arbeidscommando, dat zwaar grondwerk moet verrichten. De gevangenen lijden honger. De winter is gruwelijk koud (-27,4 graden op 27 januari). Door vervuild water en verminderde weerstand breekt in maart een dysenterie-epidemie uit.
Vader heeft weliswaar gezegd dat pikken niet mag, in het kamp is ‘organiseren’ (stelen) van levensbelang. Maar o, wee, als je wordt gesnapt. ‘Hij moet zich in de kou naakt uitkleden en daar krijgt hij ervan langs,’ schrijft Folmer in zijn dagboek. ‘Tjonge, wat gaat dat hard! Als een slang kronkelt dat naakte lichaam onder de slagen.’
Al snel na zijn komst in het kamp laat plaatsvervangend ondercommandant Karl Peter Berg zijn oog vallen op Verspaget en Damen. Hij verklaart ze tot zijn ‘persoonlijk eigendom’. Met de Nederlandse barakleider Joep Schepers treitert, slaat en schopt hij hen voortdurend. Ze worden net zo slecht behandeld als de Russen en de Joden. Medegevangene Mom Wellenstein ziet dat Verspaget een boom op zijn schouder niet houdt: ,,De Duitser zal schreeuwend en scheldend op hem toe rennen en hem met een zweep aftuigen, om hem daarna op de grond met de punt van zijn laars te bewerken, tot hij er genoeg van heeft. Voor dit geval zal de order luiden: ‘Der 570 steht drei Tage bis neun am Tor, ohne Essen!’’
Op 19 april 1942 bezwijkt Verspaget. Hij is slechts 26 jaar. De kamparts vermeldt een hersenbloeding als doodsoorzaak. Zijn broer Jozup komt twee maanden later vrij. Praten erover doet hij zelden. Ook neef Damen overleeft de oorlog. In 1948 getuigt hij tegen Berg. Die beweert dat Verspaget en Damen de vele mishandelingen aan zichzelf te wijten hadden, omdat zij zich niet onderwierpen aan de kampdiscipline, diefstallen pleegden en zonder verklaring wegbleven van het werk. Niet slechte voeding en mishandelingen, maar het eten van afval was de mogelijke doodsoorzaak, aldus Berg.
In zijn woonplaats Sittard wordt Verspaget begraven. Hij ligt er naast Wilhelmus Lutgens, die tegelijk met hem is opgepakt en op 7 februari 1942 aan ontbering is bezweken op 20-jarige leeftijd. Berg krijgt in 1949 de doodstraf.
Geplaatst door Conny Dekker op 23 augustus 2025


