Pauline Catharina Margaretha Stephan-van der Voort

1900-1945

Mijn oma. Allen zijn vergeven.

Oorlogsslachtoffer

Is 45 jaar geworden

Geboren op 12-01-1900 in Hilversum 

Overleden op 19-11-1945 in Semarang 


Afbeeldingen

Afbeelding toevoegen?

Klik hier

Bijdragen

De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:

Pauline Stephan-van der Voort – Ze krijgt nu erkenning

Pauline Catherina Margarethe (Pauline) Stephan-van der Voort werd op 19 november 1945 vermoord door een Indonesische vrijheidsstrijder. Om de enkele reden dat ze Nederlands was. Het was op 19 november 1945, in de beginperiode van de Indonesische... Lees meer

Pauline Catherina Margarethe (Pauline) Stephan-van der Voort werd op 19 november 1945 vermoord door een Indonesische vrijheidsstrijder. Om de enkele reden dat ze Nederlands was. Het was op 19 november 1945, in de beginperiode van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

Na de oorlog wilden ze in Indonesië de oude kolonisator niet meer terug, alles wat Nederlands was werd als de vijand gezien. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid uit en er ontstond een nieuwe oorlog: de Bersiap.

Dit verwijst naar de chaotische en gewelddadige fase direct na de Japanse capitulatie toen Indonesische jongeren (de pemuda) met geweld probeerden onafhankelijkheid te verdedigen tegen terugkerende Nederlandse en geallieerde troepen. Kortom een gewelddadige periode die duurde tot het voorjaar 1946. Pas in 1949 erkende Nederland officieel de onafhankelijkheid van Indonesië.

Pauline Stephan-van der Voort was een van de Nederlandse slachtoffers die in het wilde weg werden vermoord in die Bersiapperiode.

Een mensenleeftijd later praat haar kleindochter, Viola Straeter over haar oma.

“Al jaren ben ik bezig met wat er precies is gebeurd” vertelt ze. “Omi is op 12 januari 1900 in Hilversum geboren. Ze was terecht gekomen in wat toen Nederlands-Indië heette. Ze was met een Indische man getrouwd, mijn opi. Dat een Nederlands vrouw een Indische man trouwde, was destijds niet gebruikelijk. Het was meestal zo dat een Nederlandse man een Indische vrouw trouwde en het omgekeerde kwam sporadisch voor.

Hoe het ook zij, omi en opi hadden een gelukkig huwelijk en opi had een goede functie. Hij was boekhouder bij suikerfabriek Trangkil op Java. Het leven in Nederlands-Indië was goed in die jaren voor de oorlog, mijn moeder sprak er graag over. Haar jeugd was onbezorgd en vrolijk zowel in Soerabaja als Semarang”.

De oorlog was voor beide grootouders niet gemakkelijk geweest. Ze hadden in Jappenkampen gezeten, gescheiden van elkaar. Nu de oorlog voorbij was wisten ze dat ze het hadden overleefd. Maar ze wisten ook dat het land kolkte. Het was een zeer chaotische tijd en Pauline wilde met haar man Willy naar Nederland gaan.

Pauline stond bij de bushalte te wachten. De bus zou haar naar Willy brengen en dan konden ze samen hun toekomstplan tot uitvoering brengen. Het plan was naar Nederland te gaan om zich daar te verenigen met beide dochters Marga en Willeke. Maar daar zou het niet van komen.

Er stopte een legerwagen en daar sprong een Indonesische jongeman uit, een pemuda met een klewang (een groot kromzwaard).Deze onafhankelijkheidsstrijder stak als een bezetene op Pauline in. Ze werd in haar hart geraakt en stierf onmiddellijk ter plaatse.

Blijkens een krantenbericht uit die tijd heeft de pemuda in kwestie bij andere gelegenheden nog veel meer blanken gedood. De haat tegen alles wat Nederlands was zat diep in die tijd.

Hoe voorstelbaar die haat misschien ook mag zijn, de dood van Pauline Stephan-van der Voort was pure doodslag.

“Toen opi hoorde van de gewelddadige moord op zijn vrouw was hij een gebroken man”, vertelt Viola Straeter een mensenleven later. “Hij is nog wel naar Nederland gegaan, maar was ziek en is in mei 1952 overleden. Dit was een gevolg van de tbc die hij in het Jappenkamp had opgelopen. Het grote verlies van zijn vrouw heeft daar uiteraard een hele grote rol bij gespeeld. Twee maanden later werd ik geboren. Ik heb hem dan ook jammer genoeg nooit gekend”.

“Voor mijn moeder was de moord op omi een klap van jewelste, zeer traumatisch.

In 1939 was ze als 19 jarige, naar Nederland gekomen om een opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding te volgen. Haar zusje Willeke deed hier het laatste jaar van de HBS. Als ze afgestudeerd was zou ze naar Indië teruggaan. Maar ze is nooit meer teruggegaan. Haar moeder heeft ze nooit meer gezien.”

“Mijn moeder heeft pas verteld wat er met omi was gebeurd toen ik al lang en breed volwassen was, 45 jaar was ik. Indische mensen praten niet over pijnlijke gebeurtenissen. Ik heb altijd gevoeld dat er iets helemaal mis was. Het Indische zwijgen drukte zwaar op mij, wat was er toch aan de hand? Als kind vraag je daar niet naar. Ze wilde ons niet belasten zei ze naderhand, maar deed dat dus eigenlijk toch”.

“Ik herinner me de Dodenherdenkingen op 4 mei. Elk jaar tijdens de twee minuten stilte zat mijn moeder zonder geluid te huilen, met haar handen voor haar ogen en uit het zicht ergens in de woonkamer. Ik voelde haar verdriet en een enorme machteloosheid bekroop mij dan.

Ook gedurende de rest van het jaar woog het verdriet zwaar. Ook al was mijn moeder vrij positief en opgewekt van karakter, ze gaf zonder het te willen het diepe trauma aan mij door.

De leuke verhalen over destijds in Indië, die vertelde ze graag. Ze hadden een fantastische jeugd gehad met opi en omi in Semarang. Met de minder leuke dingen wilde ze mij en mijn zus niet belasten. Ik weet nu ook dat ze zich afgeschermd had voor wat er was gebeurd met omi. Emotioneel was zij daardoor moeilijk bereikbaar.

Nadat mijn moeder mij het verhaal had verteld (en nadat een scheiding een einde had gemaakt aan haar huwelijk met mijn vader), werd zij pas echt mijn moeder. Ze was veel toegankelijker geworden en voelde meer “dichtbij”. Pas toen werd het mogelijk om met haar een diepe band op te bouwen die gelukkig nog heel lang mocht duren”.

“Waar omi begraven is, is onbekend. Ook de Oorlogsgravenstichting, die me heel erg goed heeft geholpen bij mijn zoektocht, kon daarover geen definitief uitsluitsel geven. De moord vond ook plaats in een heel chaotische tijd. Daar heb ik nu vrede mee vooral ook omdat er voor haar zo’n prachtige gedenkpagina is opgericht!

Ik heb uiteindelijk de moordenaar kunnen vergeven omdat ik mij kon verplaatsten in wat hem dreef. Hij deed wat hij op dat moment in tijd dacht te moeten doen, gedreven door haat tegen Nederland.

Of hij gestraft is is onbekend, ik vind dat niet belangrijk meer. Zijn daad is uiteindelijk zijn grootste straf geworden, daar ben ik van overtuigd. Alles is al lang en breed door de tijd achterhaald. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid leeft die man niet meer. Maar oma’s verhaal is aan de vergetelheid ontrukt”.

“Voor mij is het goed dat ik nu mijn verhaal heb verteld, dat er nu erkenning is voor het feit dat zij geleefd heeft en wat ze in dat leven heeft mogen betekenen. Al kennen we feitelijk haar laatste rustplaats niet, zo komt ze toch tot haar bestemming. Voor mij is alles nu rond, Omi is thuisgekomen.

Hier op deze pagina is haar laatste rustplaats. En zo is het goed”.

Sluiten
Bron: Tekst geschreven door Piet Kralt, na een interview met Viola Straeter

Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 27 oktober 2025

Voeg zelf een monument toe

Log in om een monument toe te voegen

Voeg zelf een verhaal of document toe

Log in om een bijdrage toe te voegen

Buiten Erevelden

Gedenkboek: 41

Bent u familie?

Bent u familie of nabestaande van dit oorlogsslachtoffer?

Maak u bekend

Nationaal archief

Bekijk persoonsdossier
Menu