Arend Nicolaas Schrijer
1922-1945
Oorlogsslachtoffer
Is 23 jaar geworden
Geboren op 08-03-1922 in Bergen N.H.
Overleden op 15-03-1945 in Hamburg-Ohlsdorf, Stadtkr. Hamburg
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Arend Nicolaas Schrijer, een goede jongen, te vroeg gedood
De Oorlogsgravenstichting schat, dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog 180.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers te betreuren zijn geweest. In 1945 waren er ruim negen miljoen Nederlanders. Dat betekent ƩƩn slachtoffer op vijftig mensen. En dat betekent weer dat zo ongeveer elke Nederlander wel een of meer oorlogsslachtoffers moet hebben gekend.
Er waren bevolkingsgroepen, de Joden bijvoorbeeld, die bovenmatig zwaar werden getroffen. Maar ook bij sommige niet-Joodse families hakte de oorlog er genadeloos in, zoals het gezin Schrijer. In de oorlog kwam zoon Piet in Thailand om bij de dwangarbeid aan de Birmaspoorlijn, terwijl zoon Nico (Arend Nicolaas, 22 oktober 1922 ā 15 maart 1945) in Kamp Neuengamme bij een geallieerd bombardement om het leven kwam. Dit verhaal gaat over Nico.
Nicoās vader was geboren in Kampen en zijn moeder kwam uit Haarlem. Ze kwamen elkaar tegen en stichtten samen een gezin. Naar goed katholiek gebruik in die dagen was dat een groot gezin. Enkele kinderen waren vroeg gestorven, maar ze hielden er acht over, drie meisjes en vijf jongens, van wie Nico in 1922 is geboren.
Het was een degelijk katholiek gezin en in hun dorp wisten ze dat die van Schrijer van aanpakken wisten, maar ook dat ze iets voor een ander over hadden. Het gezin groeide op in een moeilijke tijd. In de crisisperiode van de jaren dertig was de werkloosheid torenhoog, al leed het gezin Schrijer geen armoede. De familie had een was- en strijkinrichtig in Bergen (NH). Maar wellicht was de moeilijke arbeidsmarkt er wel de reden van dat Nico na zijn technische opleiding voor een loopbaan bij de marine koos. Dat had zijn broer Piet immers ook gedaan. Nico werd leerling torpedomaker en in die functie heeft hij in de meidagen van 1940 (nog geen achttien jaar oud) aan de gevechtshandelingen deelgenomen.
Na de capitulatie waren alle Nederlandse militairen in principe krijgsgevangen, dus ook Nico Schrijer. Aanvankelijk werd die krijgsgevangenschap opgeheven, maar in mei 1942 moesten alle beroepsofficieren en onderofficieren zich weer bij de Duitse autoriteiten melden. In april 1943 werden alle Nederlandse militairen weer krijgsgevangen gemaakt. Dat had alles te maken met het feit dat de Duitsers mankracht nodig hadden voor het in stand houden van hun oorlogsmachine.
Nico dook onder bij een oom en tante in Amsterdam en hield zich ondertussen bezig met illegale activiteiten. Hij zocht en vond onderduikadressen voor Joodse medeburgers, die onder het Nazibewind hun leven niet zeker waren. Dat was gevaarlijk werk, want wie Joden hielp of zich op andere wijze teweer stelde tegen de bezetter werd streng gestraft. De doodstraf was niet uitzonderlijk. En je verrader sliep nooit.
Het huis waar hij woonde was tevens een onderduikadres voor Joden en dit werd ontdekt. De mensen die daar waren werden meegenomen. Hen wachtte waarschijnlijk de gaskamer, maar voor het zover was, werden ze verhoord. Dat ging in de regel niet zachtzinnig en kennelijk heeft een van de onderduikers Nicoās naam genoemd. Daar wist de Feldgendarmerie wel raad mee en op 5 januari 1944 werd Nico Schrijer gearresteerd voor werkweigering. Zijn familie zou nooit meer iets van hem horen.
Achteraf is zijn spoor nog wel te volgen. Nico is aanvankelijk op 18 januari 1944 naar Kamp Amersfoort gebracht. Vanaf augustus 1941 sloten de Naziās daar vele duizenden mensen van velerlei pluimage op met wie ze een appeltje te schillen hadden, van verzetsstrijders tot jehova-getuigen en van communisten tot verzet plegende artsen. Velen van hen zijn later doorgestuurd naar een concentratiekamp, wat voor menigeen de laatste halte voor de dood zou betekenen. Ook voor Nico Schrijer was dat het geval.
Kamp Amersfoort was zelf ook een soort voorportaal van de hel. Wie er door de poort kwam liet zijn naam achter en werd vanaf dat moment een nummer, Nico kreeg nummer 4542
Geld, horloges en andere waardevolle persoonlijke spullen moesten worden afgegeven. Na de inschrijving ging men in afmars naar de kledingbarak en werd men āomgetoverdā tot HƤftling. De gevangenen kregen oude afgedankte kleding van de PTT, het Nederlandse leger of andere instanties. De schoenen werden omgeruild voor klompen. Pasten ze niet dan moest men maar zien of er geruild kon worden.
Na het ochtendappel (07.00 uur) en een zeer mager ontbijt werden de gevangenen aan het werk gezet. Er vertrokken commandoās, zoals de groepen werden genoemd, naar hun werk buiten het kamp, waaronder bosarbeid en werk rond en op de vliegbasis Soesterberg. Andere gevangenen werden in het kamp zelf tewerkgesteld (keukenploeg, aardappelschilploeg, schoonmaakploeg etc.). De Joodse gevangenen kregen veelal fysiek zeer zwaar werk en waren mikpunt van ernstige mishandelingen.
Nico Schrijer zat negen maanden in Amersfoort. Op 8 september 1944, vlak na Dolle Dinsdag toen heel Nederland dacht dat de oorlog bijna voorbij was, werd hij samen met 1163 andere gevangenen afgevoerd naar het concentratiekamp Neuengamme. Daar kreeg hij weer een ander nummer, nu 48950. Het regime was zo mogelijk nog zwaarder dan in Amersfoort. Nico hield het lang vol. Op 15 maart 1945 is hij overleden, de doodsoorzaak is onbekend. In het ene document worden martelingen beschreven, in het ander entiritus (maagontsteking) of was het toch een geallieerde bombardement? In ieder geval heeft hij de dood niet kunnen ontlopen. Hij werd begraven in Ohlsdorf, een kerkhof nabij Hamburg en later op het Nationaal Ereveld Loenen.
Het overlijden van Nico kwam thuis binnen als een mokerslag. Het is de vraag of ze toen al het lot van zijn broer Piet kenden, maar Nicoās dood was een klap. Susanne Meijles (Nico was haar oudoom) vertelt dat de familie die eigenlijk nooit te boven is gekomen. āEr werd weinig over de oorlog gepraat. Ook later niet. Zijn broer, mijn opa Frans, had in Duitsland optiek gestudeerd en de Kristallnacht meegemaakt en was daar getraumatiseerd van teruggekomen. Piet was dood, Nico was dood, waar moest je levensvreugde uit halen? Bij mijn opa en oma waren de gordijnen altijd dicht en de deuren op slot. Het leven had hen geleerd om anderen niet te vertrouwen. Zo was opa niet altijd geweest, want er zijn oude brieven van hem aan een broer, die een heel andere kant van zijn karakter laten zien. Lief, zorgzaam, open. Zijn keus voor het goede had hij met een hoge prijs betaald.
Het is eigenlijk een neerslachtig makend verhaal. Toch wil ik dat het verteld wordt. Het verhaal van een gezin dat in moeilijke tijden goede keuzes maakte. Het verhaal van de haat van een man (Adolf Hitler) dat voor zoveel leed en vernietiging heeft gezorgd. Maar de haat heeft uiteindelijk niet het laatste woord gehad. Want er waren ook mensen als Nico Schrijer die trouw bleven aan hun liefde en respect voor andere mensen. Hij koos tegen het nazidom terwijl velen in zijn dorp een andere keus maakten. Dat verhaal moet worden verteld en ik ben zo ongeveer de enige uit de familie die dat nog kan doen, dus doe ik dat.ā
Geplaatst door Coƶrdinator Archief Oorlogsgravenstichting op 06 december 2024
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenLeg bloemen op dit graf



