Maria Agnes Pommée
1939-1944
Portret toevoegen?
Klik hierOorlogsslachtoffer
Is 4 jaar geworden
Geboren op 17-08-1939 in Maastricht
Overleden op 03-08-1944 in Auschwitz
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
Slachtoffer van arrestatie van Sinti en Roma in Limburg
Maria Agnes Pommée wordt op 17 augustus 1939 geboren aan de Gronsvelderweg in
Maastricht. Ze groeit op in een Nederlands Sinti-gezin van acht kinderen. Maria Agnes heeft
drie zusjes: Maria Francisca, Anna en Margaretha en vier oudere broers: Dirk-Hendrik,
Johannes Hubertus, Karel en Antoon. Alle kinderen zijn geboren in verschillende Limburgse
plaatsen omdat het gezin, zoals gebruikelijk voor Sinti, vaak wisselt van woonplaats. Vader
Benedictus, van oorsprong Rotterdammer, is huisschilder. Zijn echtgenote Anne is afkomstig
uit het Duitse Stromberg. Het gezin Pommée woont in woonwagenkamp 'De Kleine Heide' in
Venlo.
Inval in 'De Kleine Heide'
Op 14 mei 1944 beveelt de Sicherheitspolizei de Nederlandse politiecommando's alle Sinti en
Roma in Nederland te arresteren. Omdat de politie niet goed weet wie tot de Roma of Sinti
behoren, wordt bij de arrestaties vooral gelet op diegenen die zogenaamd de uiterlijke
kenmerken van een 'Zigeuner' hebben. In de vroege ochtend van 16 mei worden bij een inval
in 'De Kleine Heide' 23 personen opgepakt, onder wie het Sinti-gezin Pommée. Nog voor acht
uur 's ochtends wordt de volledige groep op transport gezet naar kamp Westerbork. Vijf
dagen later, op 19 mei 1944, wordt het gezin Pommée vanuit kamp Westerbork naar
Auschwitz gestuurd.
Gezin wordt gescheiden
Van de 453 getransporteerden zijn er 245 Sinti en Roma. Door de erbarmelijke
omstandigheden sterft moeder Anne op 22 mei 1944, vlak voor aankomst in Auschwitz. Bij
aankomst wordt vader Pommée van zijn kinderen gescheiden. Niet lang daama wordt hij
overgeplaatst naar Mittelbau-Dora, een buitenkamp van Buchenwald. Daar worden onder
andere V2-raketten gebouwd die tegen Engeland zullen worden ingezet. Benedictus Pommée
sterft op 8 maart 1945. Hij is dan 38 jaar.
Vergast
Maria Agnes Pommée is vier jaar als ze waarschijnlijk op of vlak na 2 augustus 1944 samen
met haar broertjes en zusjes wordt vergast in Auschwitz-Birkenau II, de kampafdeling voor
vrouwen en kinderen.
Settela Steinbach: niet Joods maar Sinti
Op 19 mei 1944, de dag van het transport van de familie Pommée, maakt de Duits-Joodse
fotograaf Rudolf Breslauer, zelf ook gevangene in Westerbork, zijn beroemd geworden
f
ilmopname van de dan tienjarige Settela Steinbach. Tientallen jaren lang is deze foto het
symbool van de Jodenvervolging in Nederland. Ten onrechte, blijkt in december 1994. Dan
ontdekt joumalist Aad Wagenaar dat het onbekende meisje Settela Steinbach is. Geen Joods
meisje, maar een Sinti-meisje dat op 23 december 1934 in het Zuid-Limburgse Born is
geboren. Settela is het zevende kind van de tien kinderen van Heinrich en Emilia Steinbach
Op 16 mei 1944 arriveert Settela in kamp Westerbork. Ze verblijft drie dagen in barak 69, en
wordt dan op transport gezet naar Auschwitz. In de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944
wordt ze daar samen met haar moeder en vier broertjes en zusjes vergast. Ze is dan negen
jaar. De overige vijf kinderen overleven de oorlog evenmin.
Geplaatst door Conny Dekker op 29 augustus 2025
Slachtoffer van arrestatie van Sinti en Roma in Limburg
Maria Agnes Pommée wordt op 17 augustus 1939 geboren aan de Gronsvelderweg in
Maastricht. Ze groeit op in een Nederlands Sinti-gezin van acht kinderen. Maria Agnes heeft
drie zusjes: Maria Francisca, Anna en Margaretha en vier oudere broers: Dirk-Hendrik,
Johannes Hubertus, Karel en Antoon. Alle kinderen zijn geboren in verschillende Limburgse
plaatsen omdat het gezin, zoals gebruikelijk voor Sinti, vaak wisselt van woonplaats. Vader
Benedictus, van oorsprong Rotterdammer, is huisschilder. Zijn echtgenote Anne is afkomstig
uit het Duitse Stromberg. Het gezin Pommée woont in woonwagenkamp 'De Kleine Heide' in
Venlo.
Inval in 'De Kleine Heide'
Op 14 mei 1944 beveelt de Sicherheitspolizei de Nederlandse politiecommando's alle Sinti en
Roma in Nederland te arresteren. Omdat de politie niet goed weet wie tot de Roma of Sinti
behoren, wordt bij de arrestaties vooral gelet op diegenen die zogenaamd de uiterlijke
kenmerken van een 'Zigeuner' hebben. In de vroege ochtend van 16 mei worden bij een inval
in 'De Kleine Heide' 23 personen opgepakt, onder wie het Sinti-gezin Pommée. Nog voor acht
uur 's ochtends wordt de volledige groep op transport gezet naar kamp Westerbork. Vijf
dagen later, op 19 mei 1944, wordt het gezin Pommée vanuit kamp Westerbork naar
Auschwitz gestuurd.
Gezin wordt gescheiden
Van de 453 getransporteerden zijn er 245 Sinti en Roma. Door de erbarmelijke
omstandigheden sterft moeder Anne op 22 mei 1944, vlak voor aankomst in Auschwitz. Bij
aankomst wordt vader Pommée van zijn kinderen gescheiden. Niet lang daama wordt hij
overgeplaatst naar Mittelbau-Dora, een buitenkamp van Buchenwald. Daar worden onder
andere V2-raketten gebouwd die tegen Engeland zullen worden ingezet. Benedictus Pommée
sterft op 8 maart 1945. Hij is dan 38 jaar.
Vergast
Maria Agnes Pommée is vier jaar als ze waarschijnlijk op of vlak na 2 augustus 1944 samen
met haar broertjes en zusjes wordt vergast in Auschwitz-Birkenau II, de kampafdeling voor
vrouwen en kinderen.
Settela Steinbach: niet Joods maar Sinti
Op 19 mei 1944, de dag van het transport van de familie Pommée, maakt de Duits-Joodse
fotograaf Rudolf Breslauer, zelf ook gevangene in Westerbork, zijn beroemd geworden
f
ilmopname van de dan tienjarige Settela Steinbach. Tientallen jaren lang is deze foto het
symbool van de Jodenvervolging in Nederland. Ten onrechte, blijkt in december 1994. Dan
ontdekt joumalist Aad Wagenaar dat het onbekende meisje Settela Steinbach is. Geen Joods
meisje, maar een Sinti-meisje dat op 23 december 1934 in het Zuid-Limburgse Born is
geboren. Settela is het zevende kind van de tien kinderen van Heinrich en Emilia Steinbach
Op 16 mei 1944 arriveert Settela in kamp Westerbork. Ze verblijft drie dagen in barak 69, en
wordt dan op transport gezet naar Auschwitz. In de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944
wordt ze daar samen met haar moeder en vier broertjes en zusjes vergast. Ze is dan negen
jaar. De overige vijf kinderen overleven de oorlog evenmin.
Geplaatst door Conny Dekker op 29 augustus 2025
