Willem Adam Meelhuijsen
1901-1942
Oorlogsslachtoffer
Is 41 jaar geworden
Geboren op 05-03-1901 in Soerakarta, NOI
Overleden op 22-12-1942 in Soerabaja
Afbeeldingen
Afbeelding toevoegen?
Klik hierBijdragen
De volgende bijdragen zijn door bezoekers toegevoegd:
De opa van Ewout Meelhuijsen
Proloog
De vader van Ewout Meelhuijsen vertelde nooit veel over zijn eigen vader, de opa van Ewout. Pas op hogere leeftijd stelde hij zich meer open over een pijnlijk stukje familiegeschiedenis. Hij nam Ewout mee naar zijn ouderlijk huis in Bandung en naar het Nederlands Ereveld Kembang Kuning te Surabaya, waar zijn vader, Wil Meelhuijsen, kapitein-vlieger van de Militaire Luchtvaart van het KNIL en vooraanstaand leider van het ondergrondse verzet in Oost-Java, begraven ligt.
Dit bezoek vormde voor Ewout de aanleiding om zich verder te verdiepen in de rol die zijn opa had gespeeld in het verzet tegen de Japanners in Nederlands-Indië.
De lotgevallen van Wil Meelhuijsen
Willem Adam (Wil) Meelhuijsen maakte carrière binnen het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd hij overgeplaatst naar de Militaire Luchtvaart en benoemd tot commandant van de Opleidingsschool voor vliegers. Tijdens de oorlogsdagen voerde kapitein Meelhuijsen zelf bombardementsvluchten uit vanaf een geheime vliegbasis bij Soerabaja. Toen zijn toestel op 3 maart 1942 werd beschoten, bleef hij wonderwel ongedeerd.
Vastbesloten om de strijd tegen de Japanners voort te zetten, dook Wil onder. Hij meldde zich niet voor het krijgsgevangenschap. Onder de schuilnaam Tahir wist hij zijn schoonzus Godie te bereiken, die hem voorzag van de benodigde reispapieren. Gekleed als Indonesiër, met een wit jasje en een zwarte muts, reisde hij vervolgens naar Soerabaja.
Om niet op te vallen huurde hij een eenvoudig huisje in de kampong Ngagel. Hij leidde daar, net als de andere bewoners, een eenvoudig bestaan. Zijn werk als melkbezorger bracht hem op veel plaatsen en leverde waardevolle informatie op over de bezetter. Door zich steeds zorgvuldig te vermommen wist hij de Japanners te misleiden en kon hij zelfs zijn vrouw regelmatig bezoeken.
In Soerabaja bracht Wil de ondergrondse activiteiten, die tot dan toe weinig samenhang vertoonden, in kaart. Door de krachten van circa 200 verzetslieden te bundelen, wist hij een op militaire leest geschoeide verzetsorganisatie op te zetten onder de codenaam Corsica. Het doel van deze organisatie was het voorbereiden van een geallieerde invasie door het verzamelen van wapens, medicijnen en inlichtingen.
Wil stond aan het hoofd van deze organisatie, bijgestaan door enkele trouwe adjudanten, voormalige luitenanten binnen het KNIL. Zijn leiderschap stond niet ter discussie, niet alleen vanwege zijn militaire rang, maar ook door zijn persoonlijke uitstraling en overtuigingskracht.
Voor de uitvoering van de illegale activiteiten was Wil in belangrijke mate afhankelijk van vrouwen, onder wie Sok Berg. Via via kwam zij met hem in contact en raakte steeds meer betrokken bij de groep Corsica. Als contactpersoon wierf zij nieuwe leden. Haar ruime woning bood onderdak aan verzetsmensen, diende als ontmoetingsplek voor geheime bijeenkomsten en als opslagplaats voor wapens. Ook zijn schoonzus Godie speelde een belangrijke rol, onder meer door ondersteuning te bieden aan een guerrillagroep nabij Malang.
Een poging van Wil om een Japans vliegtuig te stelen mislukte. Hij wilde daarmee naar Australië vliegen om van daaruit de strijd voort te zetten. Ook zag hij op het laatste moment af van een tocht per prauw naar Australië, mede omdat hij zich onmisbaar achtte voor de organisatie Corsica.
Korte tijd later ging het mis. Door speurwerk van de Politieke Inlichtingendienst (PID), de Japanse militaire politie Kempeitai en de infiltratie door een agent-provocateur, Van der Weijde, werden enkele leden van de groep Corsica gearresteerd. Wil en zijn medestanders beseften dat het slechts een kwestie van tijd was voordat ook zij door de inlichtingendienst opgepakt zouden worden.
Op 20 december werd Sok Berg thuis gearresteerd en overgebracht naar het hoofdbureau van politie aan het Paradeplein. Zij heeft tijdens haar verhoren alleen toegegeven dat zij Tahir kende en bleef ontkennen dat zij wist dat het om Wil Meelhuijsen ging.
Het bericht van de arrestatie van zijn beste vriendin bereikte Wil slechts enkele uren later. Diezelfde dag besloot hij niet langer te vluchten. Vanuit zijn sterke verbondenheid met Sok Berg koos hij ervoor zichzelf aan te geven, in de hoop haar vrij te krijgen of haar positie te verlichten.
Op de ochtend van 21 december bezocht hij voor de laatste keer zijn vrouw. Hij probeerde haar gerust te stellen met de verwachting dat hij als krijgsgevangene behandeld zou worden. Vervolgens fietste hij naar het Paradeplein en meldde zich bij het politiebureau als Meelhuijsen.
Hij werd direct gevangengenomen en onderworpen aan verhoor en martelingen. Tussen de verhoren en martelingen door had hij nog kort contact met Sok Berg. Hij vertelde haar dat hij cyaankali had ingenomen, maar door de zogenaamde ‘waterkuur’ die zijn ondervragers toepasten, bleef het gewenste effect uit.
Uiteindelijk slaagde Wil er toch in zichzelf van het leven te beroven door zich op te hangen aan de tralies van zijn cel. Hij deed dit om te voorkomen dat hij onder de druk van de martelingen anderen zou verraden.
Het restant van de groep Corsica bleek geen partij voor het professionele opsporingsapparaat van de bezetter. Vele arrestaties volgden en een aantal leden van de groep werd ter dood veroordeeld. Godie Meelhuijsen zag haar doodvonnis omgezet in een langdurige gevangenisstraf. Ook Sok Berg werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Beiden overleefden de oorlog en vestigden zich later in Nederland.
Voor zijn moed en inzet ontving Wil postuum het Verzetsherdenkingskruis en de Verzetsster Oost-Azië.
Epiloog
Het oorlogsverleden van Wil heeft op zijn kleinzoon Ewout een diepe en blijvende indruk gemaakt. Ewout houdt het gedachtegoed van zijn opa levend binnen de familie en voelt zich nog altijd emotioneel verbonden met wat zijn opa tijdens de oorlog is overkomen.
Hij ervaart in zijn eigen leven dat oorlogstrauma’s hun doorwerking kunnen hebben op volgende generaties. Tegelijkertijd ziet hij dat ook bij zijn eigen kinderen belangstelling groeit voor het verhaal van hun overgrootvader.
Ewout is er trots op dat zijn opa zich tot het laatst standvastig en strijdvaardig heeft getoond. Hij bleef trouw aan zijn overtuiging en koos ervoor anderen te beschermen, zelfs ten koste van zijn eigen leven.
Het verhaal van Wil heeft een plek gekregen in de permanente tentoonstelling van het Verzetsmuseum in Amsterdam. Ewout heeft de vliegeniersspeld van zijn opa aan het museum in bruikleen gegeven.
Geraadpleegde literatuur:
F. van Esch en B.R. Immerzeel (redactie), Verzet in Nederlandsch-Indië tegen de Japanse bezetting 1942-1945, SDU-uitgeverij Den Haag 1993, p. 75-97
Geplaatst door Coördinator Archief Oorlogsgravenstichting op 03 april 2026
Verzetsmuseum
Het vliegtuig van de Indisch-Nederlandse kapitein Meelhuysen wordt tijdens de Japanse inval neergeschoten. Meelhuysen overleeft en duikt onder in Soerabaja. Daar organiseert hij een verzetsgroep, verkleed als een Indonesiër, onder de schuilnaam Tahir. Hij krijgt hulp van zijn schoonzus Godie Meelhuysen.
SluitenGeplaatst door Ewout Meelhuijsen op 09 april 2015
Voeg zelf een monument toe
Log in om een monument toe te voegenVoeg zelf een verhaal of document toe
Log in om een bijdrage toe te voegenLeg bloemen op dit graf









