Elke dag een bladzijde met namen vermiste Nederlandse oorlogsslachtoffers: na tien jaar begint ritueel opnieuw

Geplaatst op 18 mei 2025

Elke dag slaat de beheerder van Nationaal Ereveld Loenen in stilte in de kapel een bladzijde om van de 42 gedenkboeken die zich daar bevinden. In de boeken staan de namen van zo’n 130.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers zonder (aanwijsbaar) graf. Het duurt meer dan tien jaar voordat al deze namen voorbij zijn gekomen. Op zondag 18 mei 2025 is gedenkboek 42 dichtgeslagen en gedenkboek 1 weer opengelegd in het schrijn in de kapel. Dit is gedaan door de 96-jarige Ruth van Aalderen-Koster, wiens schoonvader op de eerste bladzijde van het eerste gedenkboek herdacht wordt.

Het verlies

Herman Jan van Aalderen werkt bij het seinwezen van de Nederlandse Spoorwegen als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Hij geeft informatie over het spoornetwerk door aan het verzet, zodat zij sabotageacties kunnen plegen. Later helpt hij om een geheim telefoonnetwerk op te zetten via het seinsysteem van de spoorwegen. Maar in augustus 1944 wordt hij gearresteerd, net zoals een van zijn zoons. Herman Jan belandt onder meer in kamp Vught en concentratiekamp Sachsenhausen. Begin 1945 wordt hij overgebracht naar concentratiekamp Bergen-Belsen, waar hij uiteindelijk overlijdt. De precieze datum is onbekend. Zijn lichaam is nooit teruggevonden.

Ruth van Aalderen-Koster vindt het belangrijk om aanwezig te zijn. Niet alleen voor haar omgekomen schoonvader en haar echtgenoot, zijn zoon, maar ook voor haar zwager, de zoon die ook opgepakt werd maar de oorlog wel overleefde. De oorlog was voor hem nooit voorbij. Het verblijf in de kampen was een traumatische ervaring waar hij de rest van zijn leven last van zou hebben. "Hij zou het mooi gevonden hebben als hij had geweten dat deze boeken bestaan."

Niet vergeten

De naam van Herman Jan van Aalderen is een van de 130.000 namen in de 42 gedenkboeken. Deze mensen zijn omgekomen in de vernietigingskampen, op zee of in een vliegtuig boven zee, werden gecremeerd, bijgezet in massagraven of staan nog steeds als vermist te boek. Om deze mensen toch te kunnen gedenken, werd besloten hun namen op te nemen in een serie gedenkboeken. Na jaren van verzamelen van de namen en andere gegevens van deze slachtoffers, wordt in 1961 begonnen met het drukken van de boeken. Hierbij krijgt de Oorlogsgravenstichting onder andere hulp van leerlingen van de grafische scholen van Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Het werk is afgemaakt door de leraren en enkele gepensioneerde zetters. In 1973 werd het schrijn met de boeken in de kapel van Nationaal Ereveld Loenen geplaatst, waar ook 4.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven zijn.

Met het openslaan van gedenkboek 1 heeft Ruth van Aalderen-Koster het ritueel voor pas de zesde keer in gang gezet. In het eerste boek staan de namen van slachtoffers van concentratiekamp Bergen-Belsen. Ook de andere gedenkboeken zijn gethematiseerd. Zo zijn er maar liefst 30 boeken met de namen van Joodse slachtoffers die geen aanwijsbaar graf hebben. Naast mevrouw Van Aalderen zijn ook wethouder Nick Derks van de gemeente Apeldoorn en Gijs Wortel aanwezig. Gijs Wortel was een van de makers van de boeken en heeft de originele stempels al die jaren bewaard.

Menu